Plantaardig of dierlijk

Meer plantaardig en minder vlees, kaas, eieren en vis eten is een van de beste dingen die je voor het milieu kunt doen. Het kan de totale CO2-uitstoot van een vleesliefhebber zelfs halveren. Daarnaast verminder je zo ontbossing (mede voor het veevoer), mestproblemen, fijnstof, antibioticaresistentie en het lijden van dieren.

In Nederland zijn we in de afgelopen 60 jaar drie en een half keer zoveel kaas en bijna twee en een half keer zoveel vlees gaan eten1. Een terugkeer naar meer vegetarisch/veganistisch eten is prima mogelijk met vleesvervangers zoals noten, tofu en peulvruchten die je van voldoende eiwit kunnen voorzien.

Inhoud

TIP

Als je 10 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

Vlees

Hoewel geen vlees eten het beste voor het milieu is, lukt dat misschien niet altijd. Als je toch vlees eet, is het vele malen beter voor kip te kiezen dan dan voor rund- of lamsvlees. In het volgende overzicht zie je de CO2-uitstoot van verschillend voedsel:

Via: ewg.org

De milieugevolgen van vlees

Broeikasgassen

Er is gemiddeld 5 kilo voer nodig voor elke kilo vlees. De productie en het transport van veevoer stoot veel broeikasgassen uit.

Er wordt wereldwijd elke dag veel bos en oerwoud gekapt en verbrand om ruimte te bieden voor voerproductie, zoals bij het veelgebruikte soja. Dit veroorzaakt CO2-uitstoot en natuurdestructie. De (kunst)mest voor op het land zorgt voor de uitstoot van de nog sterkere broeikasgassen methaan en lachgas.

Het vervoer van het voedsel (en in minder mate het vee) gaat vaak over grote afstanden, wat opnieuw tot CO2-uitstoot en milieuvervuiling leidt. Vervolgens stoot de vertering van voedsel methaan en lachgas uit in herkauwers zoals koeien en schapen.

Fijnstof

Veehouderijen kunnen overlast veroorzaken door fijnstof en stank in de omgeving. Ammoniak en deeltjes uit mest, voer, veren, huidschilfers en haren worden door de wind als fijnstof de lucht in gebracht. Dit is ongezond voor mensen die in de omgeving leven.

Mestproblemen

Doordat het voer van buitenaf naar grote veehouderijen met vele dieren gebracht wordt, ontstaat er een mestoverschot. Er is minder mest nodig voor de plaatselijke akkers en weilanden dan dat er geproduceerd wordt. Stoffen uit de mest als fosfaat, nitraat en ammoniak kunnen door wind en regen in het grond- en oppervlaktewater terecht komen. Hierdoor raakt de natuur overbemest en verzuurd, met verminderde biodiversiteit tot gevolg. Ook moet het drinkwater extra gezuiverd worden om deze stoffen eruit te halen.

De ideale oplossing is kringlooplandbouw. Hierbij worden alleen lokale restproducten uit de landbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie of gras van niet voor akkerbouw geschikt land gebruikt als voer. Alle mest wordt vervolgens weer gebruikt om nieuwe producten mee te verbouwen. Dit is echter alleen op grote schaal mogelijk als we minder vlees gaan eten, omdat anders de keten niet sluit.

Antibioticaresistentie

Antibiotica is lange tijd grootschalig toegevoegd aan het voer om de groei van dieren te versnellen. Sinds 2006 is dit in de EU verboden, maar het wordt nog wel toegepast tegen bepaalde schadelijke bacteriën.

Als grote hoeveelheden antibiotica gebruikt worden ontwikkelen zich antibioticaresistente bacteriën, zoals bijvoorbeeld de MRSA-bacterie. Dit kan zeer gevaarlijk zijn omdat deze bacteriën niet langer te behandelen zijn met antibiotica en mensen en dieren moeilijker te genezen zijn.

Biologisch vlees

Biologisch vlees zorgt vooral voor meer dierenwelzijn, doordat de dieren het hele jaar door naar buiten mogen, ze binnen meer ruimte hebben en in het algemeen een stuk gezonder zijn. Het is in sommige opzichten beter voor het milieu, maar in andere opzichten juist slechter. Doordat de dieren langer leven en meer voer en ruimte krijgen is biologisch vlees zo’n anderhalf keer duurder in de winkel. 

Beter voor het milieu

Bij de productie van biologisch vlees wordt geen kunstmest of synthetische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Ook heeft het voer per kg een lagere milieu-impact omdat het meer uit de omgeving komt en minder uit verre landen. Dit alles zorgt voor beter bodemkwaliteit, minder ontbossing in verre landen en een beter milieu.

Slechter voor het milieu

Er zijn echter ook redenen waardoor biologisch vlees slechter voor het milieu is. Biologische dieren leven langer, waardoor ze meer voer nodig hebben, meer mestoverschotten veroorzaken en meer broeikasgassen uitstoten. 

Herken biologisch vlees

Je herkent biologisch vlees aan het aan het ‘groene blaadje van sterren’, wat het Europese Keurmerk voor biologische landbouw is. Om dit keurmerk te krijgen moet het vlees aan de strikte eisen van de EU voldoen. Er is daarnaast het Demeter keurmerk voor biologisch-dynamische landbouw gebaseerd op antroposofische principes.

Dierenwelzijn

Voor zowel hobbydieren als landbouwdieren geldt in Nederland wettelijk dat ze geen honger of pijn mogen lijden. Hoewel stallen en procedures in Nederland in de afgelopen jaren beter zijn aangepast voor dierenwelzijn, zoals verplichte verdoving bij castratie, kan het volgens dierenbelangenorganisaties nog een stuk beter. Op dit moment hoeft een jong kalf bijvoorbeeld niet verplicht bij zijn moeder gehouden te worden, terwijl velen dit voor enkele maanden verplicht willen stellen.

Biologisch vlees is meestal onder diervriendelijke omstandigheden geproduceerd, maar er zijn meer keurmerken waar je op kunt letten. Bijvoorbeeld het EKO en Beter leven keurmerk.

Vleesvervangers

Plantaardige vleesvervangers zijn veel beter voor het milieu dan vlees en zijn een volwaardige bron van eiwit. De productie ervan stoot veel minder broeikasgassen uit en er is minder energie, land, mest en water voor nodig. 

Wat zijn de beste vleesvervangers?

Peulvruchten, noten, quorn, tofu, tempé en plantaardige kant-en-klare vleesvervangers op basis van soja, graan, groenten, zeewier of schimmels zijn de milieuvriendelijkste vleesvervangers. Vleesvervangers op basis van zuivel, zoals bijvoorbeeld Valess, zijn echter qua milieu-impact vergelijkbaar met kip of varken. Kaas is zelfs nog slechter voor het milieu.

Kijk voor de zekerheid op de verpakking wat er in jouw vleesvervanger zit. Is het plantaardig? Dan zit je goed.

Eieren

Eieren zijn beter voor het milieu dan vlees, vis of kaas, maar slechter dan plantaardige voeding. De twee belangrijkste factoren bij het kiezen van de juiste eieren zijn dierenwelzijn en het milieu. Is het ei van een blije kip beter voor het milieu?

Soorten eieren

Er zijn vele verschillende soorten eieren die je kunt kiezen. De termen scharrel, vrije uitloop en biologisch zijn beschermd, dus als deze op het doosje staan moeten ze dus ook aan de eisen voldoen. Daarnaast kun je letten op de keurmerken die op het doosje staan. De minimale eisen voor de verschillende keurmerken vind je in deze tabel:

Als je beschrijvingen zoals maïs-ei, omega-3-ei, viergranenei of zonnebloem-ei tegenkomt zegt dat alleen iets over het type voeding van de kip. Niets over het welzijn of de milieuvriendelijkheid van de kip.

Eicode

Als je eieren zonder of met onduidelijk doosje tegenkomt kun je toch zien wat voor type het is. Op elk ei staat een code. Het eerste getal zegt wat voor type ei het is: 0 = biologisch, 1 = vrije uitloop, 2 = scharrel, 3 = kooi. Het volgende gedeelte van de code is het land van herkomst en het nummer van het legkippenbedrijf.

Kooikippen

De meeste eieren die je op de markt, in ongemerkte doosjes en verwerkt in producten vindt, zijn nog kooi-eieren, tenzij expliciet anders is aangegeven. 

Nederlandse kooi-eieren komen niet uit legbatterijen omdat die in de EU verboden zijn. Het zijn ofwel verrijkte kooien, met 3 tot kippen per kooi plus een zitstok en legnest. Of een koloniehuisvesting met 30 tot 50 kippen per kooi plus een zitstok, legnest en klein stofbad. Ze hebben hier iets meer ruimte dan in een legbatterij.

Maar geïmporteerde eieren van buiten de EU kunnen nog wel uit legbatterijen komen en is met name nog het geval bij eieren die verwerkt zijn in producten. Als er op het etiket van een product slechts ‘eieren’ staat dan zijn het waarschijnlijk kooi-eieren en misschien zelfs eieren uit een legbatterij. 

Milieu-impact van eieren

Helaas is het moeilijk te zeggen of kippen in kooien, scharrelstallen, biologische kippen of vrije-uitloopkippen beter zijn voor het milieu. Ze hebben elk hun voor- en nadelen:

Voer

Het voer is een belangrijke factor voor de milieu-impact. Hoe meer een kip beweegt, hoe meer voer hij eet en hoe groter de milieu-impact. Kooikippen zijn in dat opzicht beter voor het milieu, maar dit is niet het hele verhaal.

Waar het voedsel vandaag komt maakt ook uit. Voor biologische kippen komt voedsel komt voor een groot deel uit de omgeving. Terwijl voor kooi- en scharrelkippen een groot gedeelte soya is waarvoor in verre landen tropische bossen worden gekapt. Hierdoor wordt de grond in de verre landen steeds armer en hebben wij in Nederland een steeds groter mestoverschot. Het voer voor biologische kippen veroorzaakt zo minder milieuproblemen en CO2-uitstoot.

Mestproblemen

Als kippen buiten lopen, zoals bij biologische kippen het geval is, kunnen schadelijke meststoffen in de lucht en het water terechtkomen, terwijl in de stal het mogelijk is om deze stoffen af te vangen.

Fijnstof

Kippen veroorzaken fijnstof en dit is schadelijk voor de mens. Kooikippen veroorzaken het minste fijnstof omdat ze niet scharrelen. Scharrelkippen veroorzaken het meeste fijnstof, omdat ze zand en stof laten opstuiven en dit door het ventilatiesysteem de omgeving in wordt geblazen. Hoeveel fijnstof biologische of vrije-uitloopkippen  veroorzaken is afhankelijk van de ondergrond, maar meestal is deze minder stoffig dan binnen.

Landgebruik

Voor zowel het voer als het houden van de kippen is land nodig, wat ten koste gaat van natuur en andere landbouwgrond. Voor biologische kippen is er het meeste land voor zowel de leefruimte als het voer nodig. Voor kooikippen het minste.

Energieverbruik

Er is energie nodig om de stallen te ventileren en dit veroorzaakt CO2-uitstoot. Kooikippen kosten het minste energie, biologische kippen het meeste. Maar bij eieren met het ‘On the way to PlanetProof’ keurmerk is de energie hiervoor 100% groen opgewekt.

Het vervoer van het voer maakt ook uit. Als het van ver komt dan kost het vervoer extra energie, zoals de soya uit verre landen die het meeste wordt gegeten door kooikippen.

Dierenwelzijn

Hoe meer een kip haar natuurlijke gedrag kan vertonen hoe groter het welzijn. Op stok gaan, stofbad nemen, hun ei in een nest leggen, wormpjes zoeken en scharrelen helpt hier allemaal bij.

Dit is voor een kooikip en in minder mate een scharrelkip nauwelijks mogelijk. Vrije-uitloop-kippen, biologische kippen en kippen met het Demeter, Eko en Beter leven keurmerk hebben meer vrijheid en mogen ook naar buiten en hebben afleidingsmateriaal en daglicht. Hierdoor zijn ze gezonder en ervaren ze meer welzijn. Biologische kippen en kippen met het Eko of Demeter keurmerk hebben de meeste leefruimte, dus deze geven het meeste dierenwelzijn.

Het leven van haantjes

De meeste haantjes worden meteen omgebracht. Ze leggen namelijk geen eieren en geven minder vlees. Bij eieren van het merk Kipster (Lidl) worden de mannetjes echter doorgefokt tot vlees. Bij het merk RespEGGt worden de mannetjes met een speciale techniek in de broedfase al herkend. De haantjes worden dan niet uitgebroed en deze eieren worden gebruikt als diervoer.

Snalvelkappen is verleden tijd

Vóór 2019 werden de snavelpunten van vele kippen met een heet mes afgeknipt. Een zeer pijnlijke ingreep die werd gedaan omdat kippen in te kleine hokken elkaar gaan pikken. Soms met de dood tot gevolg. Nu is het ‘snavelkappen’ echter verboden.

Zuivel

Zuivelproducten als kaas, yoghurt, vla en melk hebben een grotere milieu-impact dan plantaardige producten, net als bij vlees. Vooral kaas is een flinke milieubelasting en is zelfs slechter dan kip of varken.

Zuivel vervangen

Zuivel is absoluut niet essentieel voor een volwaardige voeding als je goede alternatieven neemt. Zo’n tweederde van de mensen op aarde is zelfs niet instaat om zuivel goed te verteren en zal zich zelfs beter voelen op een dieet zonder zuivel2. Het belangrijkste is om wel voldoende eiwit binnen te krijgen uit plantaardige bronnen of ei.

Doe je vaak kaas op je brood? Probeer het eens te vervangen door notenpasta of hummus. Drink je vaak melk? Sojadrank met toegevoegde vitamine B12 is een volwaardig alternatief. Neem je regelmatig vlees of vleesvervangers op basis van zuivel bij je maaltijd? Kies dan voor plantaardige vleesvervangers.

Calcium

Sommigen denken dat je calcium alleen uit zuivel krijgt, maar er zijn vele andere bronnen zoals:

Donkergroene (blad)groente (m.u.v. spinazie)
Gedroogde vijgen
Groene kool, mergkool
Raapstelen
Paksoi
Broccoli
Indische bruine mosterd
Knolraap
Waterkers
Plantenmelk, notenmelk, sojamelk en sinaasappelsap (met calcium verrijkt)
Tofu (gestremd met calciumsulfaat)
Verrijkte pauzekoeken en energierepen

Door deze producten regelmatig te eten kom je toch aan voldoende calcium.

Vitamine B12

Als je zuivel, vlees, eieren en vis helemaal uit je leven schrapt is er één supplement nodig: vitamine b12. Dit kun je dagelijks slikken, maar neem bij twijfel contact op met je huisarts of diëtist.

Biologische zuivel en dierenwelzijn

Biologische zuivel is in sommige opzichten beter voor het milieu en in sommige opzichten slechter, net als biologisch vlees. Het wordt geproduceerd zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, maar kost ook meer ruimte, voer en tijd en levert een groter mestoverschot op.

Het is wel altijd beter voor het dierenwelzijn omdat de dieren het hele jaar door buiten kunnen lopen. Koeien hebben de vrijheid te grazen, rusten, rondlopen en spelen. Dit is extra goed voor hun gezondheid en voorkomt kreupelheid, uierontstekingen, klauwaandoeningen en speentrappen. Daarnaast bevordert de mest ook de aanwezigheid van insecten en weidevogels die de insecten eten.

Een kwart van de boeren houdt hun dieren echter het hele jaar binnen omdat dit goedkoper is en er zo niet te veel mest op het land komt.

Naast het biologische keurmerk en het Demeter keurmerk garandeert ook het weidemelkkeurmerk dat koeien 120 dagen per jaar minimaal 6 uur per dag in de wei mogen.

Vis

De milieu- en natuurimpact is van de vis die je koopt is sterk afhankelijk van welke soort het is en hoe deze gevangen of gekweekt is. Het is daarom belangrijk te kiezen voor vis met een goed keurmerk. Zo voorkom je overbevissing, onnodige bijvangst en milieuvervuiling.

Naast verantwoorde vis te kiezen is het natuurlijk ook belangrijk zo min mogelijk vis te verspillen. Verse vis is maar kort houdbaar, dus ga bij het kopen altijd na of je de vis ook echt zult eten vóór de houdbaarheidsdatum.

Keurmerken

Het eenvoudigste wat je kunt doen om duurzame en redelijk diervriendelijke vis te eten, is te kiezen voor vis met het MSC, ASC of biologische keurmerk. Hoewel visvangst altijd consequenties heeft voor het milieu en de natuur, zijn er bij deze keurmerken hiervoor strenge eisen gesteld.

74% van de vis in de supermarkt heeft één van deze keurmerken, terwijl bij marktkramen (21%), viswinkels (17%) en horeca (16%) dit percentage vele malen lager is1. Als vis geen keurmerk heeft hoeft het niet per se slecht voor de natuur of het milieu te zijn, maar het is een stuk waarschijnlijker.

Wat je kunt doen wanneer je geen keurmerk aantreft is eerst te vragen naar hoe de vis gevangen of gekweekt is en vervolgens te kijken met de VISwijzer of deze vis verantwoord is. Je kunt hun website gebruiken of de app installeren op je telefoon.

De milieugevolgen van wilde vis

In 2015 werd er 94 miljard kilo vis gevangen en 106 miljard kilo vis gekweekt2. Niet al die vis komt op ons bord terecht, maar een deel wordt verwerkt tot visvoer of olie.

Deze gigantische hoeveelheid vis heeft gevolgen voor het klimaat, maar vooral ook voor het milieu en de natuur in bredere zin. Bijvoorbeeld door overbevissing, bijvangst, schade aan ecosystemen, vervuiling, etc. Deze milieu-impact verschilt in enkele opzichten tussen wilde vis en gekweekte vis.

Overbevissing

Één derde van de vis gevangen vis wordt overbevist3. Dat betekent dat deze soorten steeds minder vaak voorkomen. Dit wordt voor vele soorten nog eens versterkt door klimaatverandering en milieuvervuiling. Om te kijken welke vissen op de rode lijst staan kun je naar de VISwijzer gaan.

Verspilling door bijvangst

Vissers richten zich vrijwel altijd op één soort vis, maar vangen vele andere vissen en dieren in hun netten als bijvangst. Een gedeelte wordt aan land gebracht en verkocht. De rest is niet aantrekkelijk omdat vissen bijvoorbeeld onvolgroeid zijn, sommige dieren niet eetbaar zijn (zeesterren), of simpelweg te weinig opbrengen. Soms raken zelfs dolfijnen, walvissen en zeeschildpadden (dodelijk) verstrikt in de netten.

Deze ‘onaantrekkelijke’ bijvangst wordt terug in de zee gegooid. Maar liefst 70% tot 85% van de bijvangst overleeft het niet wanneer deze teruggegooid wordt. Hoeveel miljard ton dit per jaar is wordt niet gemeten, maar het draagt zeker bij aan de overbevissing.

Een deel van het probleem is dat wij als consumenten heel erg van schol, tong en haring houden, maar bijvangst als wijting, schar en steenbolk links laten liggen. Daarom krijgen vissers er nauwelijks geld voor en gooien ze deze overboord. Als we dus vaker deze vis eten hoeft er minder vis van ver geïmporteerd te worden en voorkomen we overbevissing. Raadpleeg de Bijvangstwijzer van de Good Fish Foundation om te ontdekken welke bijvangst goed is om te eten.

Natuurschade door vismethoden

Er zijn enkele manieren waarop de visserij schade toebrengt aan andere dieren, vissen en de zeebodem:

Met boomkorvisserij worden er kettingen over de bodem gesleept om zo platvissen het net in te jagen. Hierdoor ontstaat er schade aan de bodem en de leefomgeving van de dieren die daar leven. Bij pulsvisserij wordt er ook stroom door de kettingen gestuurd, maar dit is sinds 2019 in de EU verboden.

Drijfnetten kunnen wel kilometers lang zijn en hangen vlak onder het wateroppervlak. Hoewel ze bedoeld zijn voor vissen als haring, tonijn sardines en pijlinktvis, raken ook dolfijnen, zeeschildpadden, walvissen, vogels en andere vissoorten er in verstrikt. De EU heeft daarom beperkingen ingesteld voor drijfnetten.

Spooknetten zijn visnetten die bedoeld of onbedoeld losgeraakt zijn en ronddrijven. Met als gevolg dat vele dolfijnen, zeeschildpadden, vissen en andere dieren hierin verstrikt raken en zelfs sterven. Als het spooknet van synthetisch materiaal is kan het zeer lang ronddrijven, totdat het uiteindelijk uiteenvalt in microplastics.

Energie

Als vis gevangen wordt gaat deze eerst per schip naar de haven, dan per vrachtauto naar de visafslag en vervolgens met de vrachtauto of het vliegtuig naar de verwerkers en winkels. Het grootste gedeelte van de energieverbruik komt door de vangst en het vervoer. De vis wordt op de vissersboot meestal gelijk gekoeld of ingevroren, wat ook energie kost. Ingevroren vis vind je vervolgens niet alleen in het vriesvak, maar ook in het koelvak. Er staat dan ‘ontdooid’ op de verpakking.

Voor de gevangen vis die per boot naar Nederland komt zijn de vissersboten verantwoordelijk voor 70% tot 80% van het energieverbruik. Voor vis die per vliegtuig naar Nederland komt is het energieverbruik 40 tot 50 keer zo groot als wanneer ze per boot vervoerd worden.

Daarnaast verschilt het energieverbruik per vissoort. Het laagste energieverbruik komt van vis die in grote scholen zwemt zoals zoals haring, makreel, sardines en ansjovis. Het hoogste energieverbruik komt van lijnvisserij op zwaardvis en tonijn, boomkorvisserij op platvis, trawlervisserij op garnalen, kreeften en krabben. Helaas is het niet mogelijk deze gegevens te zien op de verpakking van je vis.

Vervuiling door vissersschepen

20% van het plastic in de oceanen komt van de visserij4. Omdat schepen in de haven moeten betalen voor hun afval, wordt er veel over boord gegooid. Het plastic en de netten kunnen daarnaast ook gevaarlijk zijn wanneer dieren er in verstrikt raken of deze opeten. Op den duur valt het plastic uiteen in microplastics die in het ecosysteem terecht komen. Daardoor heeft de vis die je eet waarschijnlijk ook enige microplastics in zich. Het wordt verwacht dat de plastic soep die zo in de oceanen ontstaat in 2050 groter is dan de hoeveelheid vis4.

Omdat de vissersschepen de vis koelen, hebben ze ook behoorlijk wat koelvloeistof aan boord die weg kan lekken. Dit is slecht voor het milieu, de ozonlaag en het klimaat.

De milieugevolgen van gekweekte vis

Om de grote vraag naar vis in de wereld bij te benen, wordt er steeds meer vis gekweekt. Er wordt nu zelfs meer gekweekte vis gegeten dan wilde vis. Verschillende soorten vis worden op verschillende manieren gekweekt en deze hebben elk hun eigen impact op het milieu, de natuur en soms zelfs de maatschappij.

Kweekvis in open water

Bij het kweken van vis wordt een gedeelte van een meer, kustwateren of zee afgezet met netten. In kuststreken en meren kan dit overbemesting en vervuiling veroorzaken door medicijnen (antibiotica), voer, mest, chemicaliën en afval. Meestal wordt er wilde vis gegeven, wat op zijn beurt weer kan leiden to overbevissing. Voor 1 kilo kweektonijn is er wel 10 tot 15 kilo vis nodig!

Een ander probleem is dat kweekvissen kunnen ontsnappen waardoor ze het plaatselijke ecosysteem verstoren. Zo kunnen lokale vissoorten hierdoor uitsterven. Als er sprake is van te kleine kooien, wat bij zalm soms het geval is, is het dierenwelzijn ook in het gedrang.

Kweekvis in visvijvers

Kweekvis uit visvijvers (gesloten systeem) zijn over het algemeen duurzamer dan kweekvis uit open water. Het water wordt continu gezuiverd, gefilterd en hergebruik. Afvalproducten (zoals vissenpoep) worden voor een groot deel omgezet in onschadelijk stikstofgas en het organische afval wordt afgebroken tot water en koolzuurgas.

Daarnaast kunnen vissen niet ontsnappen en worden ecosystemen niet verstoord. Ook de groei en gezondheid van de vissen kan goed in de gaten gehouden worden, waardoor er in principe minder antibiotica en chemicaliën nodig zijn. Het visvoer is nog wel een aandachtspunt omdat hier meestal wilde vis in zit, wat kan leiden tot overbevissing.

Gekweekte garnalen

Hoewel Hollandse garnalen niet gekweekt worden, maar in de Noord- en Waddenzee worden gevangen, komen er steeds meer garnalen uit Afrika, Azië en Midden- en Zuid-Amerika. Deze garnalen, zoals de scampi en de gamba, worden aan de kust in grote aantallen gekweekt. Vaak worden kwetsbare ecosystemen zoals mangrovebossen hiervoor vernietigd en wordt het water vervuild met hormonen, medicijnen en visvoer.

Daarnaast is het niet ongebruikelijk dat er in deze lokale industrie sprake is van slechte arbeidsomstandigheden, uitbuiting en landonteigening.

Kweekzalm

Hoewel wilde zalm tot overbevissing en bijvangst van schildpadden, dolfijnen, haaien en andere vissen kan leiden, is het milieuvriendelijker dan kweekzalm. Wilde zalm krijgt geen antibiotica, wordt niet overvoerd en kan vrij rondzwemmen.

Gekweekte zalm zit vaak in kleine drijvende kooien wat stress en gezondheidsproblemen veroorzaakt. Er worden daarnaast veel chemicaliën en antibiotica gebruikt tegen ziektes. Met tot gevolg dat de vrije vissen besmet raken met de ziekten en de chemicaliën en antibiotica het water vervuilen.

Voor het voer wordt er ook zo’n 3 kilo wilde vis gebruikt per kilo zalm. Dit draagt bij aan de overbevissing. Soms wordt dit vervangen met plantaardig voer, wat de zalm een grijze kleur geeft. Om toch de roze vis te krijgen wordt er daarom synthetische kleurstof in het voer gedaan.

Dierenwelzijn

Er zijn vele aanwijzingen dat gewervelde vissen pijn, angst en stress kunnen ervaren op een vergelijkbare manier met andere zoogdieren, al blijft het debat gaande5. Bij ongewervelde soorten zoals kreeften en garnalen is dit veel onduidelijker.

Mede omdat de pijnervaring van vissen een lang debat is geweest en wellicht zal blijven, zijn er minder regels en pijnverminderende methoden omtrent visvangst. Er is onderzoek gaande over hoe je vissen zo diervriendelijk en kunt kweken, vangen en doden, maar dit is in een minder ver stadium dan bij de veehouderij.

Is vis gezond?

(Vette) vis bevat gezonde vetzuren die goed voor ons hart en bloedvatenstelsel zijn. Toch is het niet verstandig elke dag vis te eten, omdat schadelijke stoffen zich ophopen in hun vet en weefsel. Maar wanneer je één keer per week vis eet zijn de gevaren hiervan minimaal.

Voorbeelden van schadelijke stoffen in vis zijn zware metalen, bestrijdingsmiddelen, broomhoudende brandvertragers en dioxines. Daarnaast nemen vissen door de toenemende hoeveelheid plastic in de oceanen steeds meer microplastics op in hun weefsel. Er is nog geen definitief resultaat van onderzoek of dit slecht voor ons is, maar het is zeker mogelijk.

TIP

Als je 10 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Log in en lees het artikel

Fijn dat je terug bent!

  Je gegevens zijn veilig