Lokaal en seizoensgebonden

Onze voorouders deden niet anders: lokaal en seizoensgebonden eten! Dat is vrijwel altijd het beste voor het milieu. Het milieuvriendelijkste eten wordt lokaal en in het seizoen geteeld op een akker of in een kas die weinig (groene) energie verbruikt. Op deze manier voorkom je vervuilende vluchten en lange boottochten om het te vervoeren. 

Inhoud

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

Hoe koop je lokale en seizoensgebonden producten?

In de supermarkt

In de supermarkt vind je de oorsprong van een product op de verpakking of het etiket. Dit vertelt je niet hoe het vervoerd is, maar je kunt ervan uitgaan dat als het hier of in nabije landen geproduceerd is, het per vrachtwagen en soms per boot vervoerd is. Dit is een stuk milieuvriendelijker dan het vliegtuig.

Wat je ook niet kunt zien aan het etiket is of het in een sterk verwarmde kas of op een akker geproduceerd is. Daarom is het verstandig een groente- en fruitkalender te volgen. Als het product lokaal (of in een van onze buurlanden) geproduceerd is en op deze kalender staat, dan weet je zeker dat het milieuvriendelijk is!

Op de markt of bij de boer

Als een product op de markt wordt verkocht betekent dat niet altijd dat het uit Nederland komt. Vraag het daarom voor de zekerheid na als de oorsprong niet duidelijk is. Kijk voor de zekerheid op de groente- en fruitkalender of nog of het in het seizoen is, zodat het niet uit een sterk verwarmde kas komt.

Je kunt ook bij sommige boeren direct producten kopen. Dan weet je zeker waar het vandaan komt en hoe het geproduceerd is.

Groente- en fruitkalender

Om te weten welke producten in het seizoen zijn kun je deze gids gebruiken:

De groente- en fruitkalender is inbegrepen in de EcoGids

Wanneer kun je beter geen lokale producten kopen?

Als een product in een ander land verantwoord op een akker verbouwd kan worden en naar Nederland per boot of vrachtwagen vervoerd wordt, dan is dit beter voor het milieu dan dat het in een sterk verwarmde kas in Nederland wordt geproduceerd. Tenminste, totdat de kassen met 100% duurzame energie verwarmd worden, wat nu nog zeker niet het geval is.

Is een product dat niet lokaal geproduceerd wordt kwetsbaar en/of kort houdbaar? Dan wordt het vaak per vliegtuig uit warmere landen vervoerd. Dit is meestal vervuilender dan dat het in Nederland in een sterk verwarmde kas geteeld wordt. Kies in dat geval wel voor lokaal.

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Groente en fruit

Hoe meer groente en fruit en hoe minder vlees en zuivel je eet, hoe kleiner je impact op het milieu. Maar ook het verbouwen van groente en fruit, het verpakken en het vervoer veroorzaakt broeikasgassen, verslechtering van de natuur en soms watertekorten. Als je groente en fruit eet kun je daarom de volgende tips volgen om nog milieuvriendelijker te kiezen. 

Inhoud

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

Tips voor duurzame groente en fruit

Hoe meer je de volgende tips volgt, hoe minder impact het eten van groente en fruit op het milieu heeft.

Ga voor seizoensproducten

Als je voor seizoensproducten kiest, is de kans groter dat ze van een Nederlandse akker komen en niet uit een verwarmde kas of een ver land. Kassen verwarmen kost veel energie. Er zijn plannen voor volledig groene energie voor de kassen in 2050, maar nu wordt deze energie nog grotendeels fossiel opgewekt. Groente en fruit overvliegen uit verre landen veroorzaakt ook veel CO2-uitstoot en dit kun je grotendeels vermijden met seizoensproducten.

Vermijd kwetsbare, bederfelijke producten uit verre landen

Producten uit andere landen die lang houdbaar zijn komen vaak per schip of vrachtwagen naar Nederland. Dit is niet altijd slechter voor het milieu. Als een product in Nederland alleen in een verwarmde kas verbouwd kan worden en het in een ander land op een akker verbouwd wordt, is het product uit van de akker meestal zelfs beter voor het milieu.

Maar als het om kwetsbare, bederfelijke producten gaat, is het beter om deze alleen te kopen uit Nederland en vlak over de grens. Anders worden ze per vliegtuig vervoerd, wat een veel hogere impact op het milieu heeft dan een vrachtwagen of een boot.

Diepvries, pot en blik vaak een goede keus

Het klinkt misschien minder milieuvriendelijk, maar in groente en fruit uit diepvries, pot en blik zijn redelijk milieuvriendelijk. Dit komt doordat ze vaak in het seizoen worden gegroeid en direct van de akker worden ingevroren of in een pot of blik worden gedaan. Ze komen meestal niet uit verwarmde kassen of van heel ver, wat meer energie scheelt dan die er nodig is voor de verpakking of het invriezen.

Voorgesneden groente of fruit?

In de supermarkt kun je zakken en bakjes met voorgesneden groente en fruit vinden. Het nadeel hiervan is dat deze minder lang meegaan dan ongesneden groente en fruit. De extra verpakking weegt voor het milieu niet op tegen het weggooien van eten, dus het belangrijkste is dat je geen eten weg hoeft te gooien. Als als een hele krop sla te veel voor je is en je een zak gesneden sla op tijd helemaal op eet, is deze keuze daarom beter. Als je makkelijk een hele krop sla op eet, dan is dat beter.

Biologisch is niet altijd beter

Biologische producten worden zonder kunstmest en kunstmatige bestrijdingsmiddelen geteeld. De opbrengst is meestal iets lager en er is dus meer land nodig per kilo, maar het veroorzaakt minder land-, lucht- en watervervuiling en minder verlies aan biodiversiteit.

In vele opzichten is het beter voor het milieu, maar dat is niet altijd zo. Stel dat een product biologisch is maar wordt overgevlogen uit Nieuw-Zeeland, dan is het toch beter voor het milieu om het ‘gewone’ product te kiezen dat uit Nederland komt.

Zelf kweken is niet per se beter

Veel mensen denken dat als ze zelf groenten en fruit in hun moestuin kweken dit beter voor het milieu is. Hoewel het heel leuk en leerzaam kan zijn om te doen, is het niet per se beter voor het milieu dan producten te kopen van Nederlandse akkers. De landbouw teelt heel efficient en je aanschaf en vervoer van zaadjes, grond en andere spullen levert ook extra CO2-uitstoot op.

De milieu-impact van groente en fruit

Groente en fruit eten is altijd beter voor het milieu dan vlees of kaas, maar kan nog steeds een behoorlijke impact hebben.

Vervoer

Tenzij je een moestuin hebt, moeten groente en fruit altijd vervoerd worden. Het vervoersmiddel dat het slechtst voor het klimaat is, is het vliegtuig. Het vliegtuig wordt vooral gebruikt voor kort houdbare en kwetsbare producten uit verre landen.

Producten die langer houdbaar en minder kwetsbaar zijn of van dichterbij komen worden per boot of vrachtwagen vervoerd. Deze vervoersmiddelen zijn een stuk duurzamer dan vliegen, al is de totale uitstoot van verschillende containerschepen nog niet altijd volledig in kaart gebracht omdat de effecten van hun roetuitstoot op het klimaat nog niet duidelijk zijn.

Energie

De glastuinbouw verbruikt de meeste energie van alle landbouwsectoren, vooral voor het verwarmen van de kassen. In 2016 was dit 94 PJ aan energie, terwijl dit 28 PJ was voor de rest van de landbouw1. Dit energieverbruik wordt voor het overgrote deel fossiel opgewekt, met een grote CO2-uistoot tot gevolg. Toch is glastuinbouw niet in alle opzichten slechter voor het milieu.

Grondgebruik

Elke vorm van landbouw wordt gedaan op grond die anders door natuur gebruikt zou kunnen worden. Door de bevolkingsgroei en welvaartsgroei in de wereld wordt steeds meer natuur ingenomen door landbouw. Daarnaast zit er in bomen en planten CO2 opgeslagen die vrijkomt wanneer deze verbrand worden om ruimte te maken voor landbouw. Ook verdwijnt biodiversiteit en de mogelijkheid toekomstige CO2 op te slaan in de groeiende bomen.

Gewassen die meer produceren per hectare zijn dus beter voor de natuur dan gewassen met een lage opbrengst. Producten die geteeld worden op potgrond zoals veel champignons en aardbeien hebben ook een hogere uitstoot omdat er veen voor wordt gebruikt.

Bestrijdingsmiddelen

De bestrijdingsmiddelen die bij landbouw gebruikt worden kunnen milieuverontreiniging en gezondheidsproblemen veroorzaken doordat ze in de lucht, de grond en het water terechtkomen. Synthetische bestrijdingsmiddelen zijn over het algemeen slechter voor het milieu en de gezondheid dan natuurlijke middelen, al zijn die ook niet altijd zonder schade.

Het is dus om deze reden aan te raden voor biologische producten te kiezen, omdat daarbij geen synthetische middelen gebruikt worden. In Nederland wordt er ook in de standaard teelt steeds beter omgegaan met bestrijdingsmiddelen, maar wanneer je producten van buiten de EU koopt, is het mogelijk dat er meer bestrijdingsmiddelen gebruikt zijn.

Waterstress

Wanneer er veel water nodig is voor een gewas, maar er een watertekort is in de regio waar het verbouwd is, ontstaat er waterstress. Vooral fruitsoorten als mandarijn, kiwi, sinaasappel en perzik die op de volle grond geteeld worden, hebben een hoger waterverbruik. Teelt in kassen heeft een veel lager waterverbruik.

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Biologisch eten

Biologisch eten is beter voor dierenwelzijn, bodemkwaliteit en biodiversiteit, maar is niet in alle opzichten beter voor het milieu. Voor alle biologische landbouw wordt geen kunstmest of synthetisch bestrijdingsmiddel gebruikt, maar alleen natuurlijke middelen. Natuurlijk klinkt duurzaam en dat is meestal ook zo, maar ook natuurlijke middelen zijn niet per definitie goed voor een ecosysteem. Sommige zijn nog steeds slecht voor bijen en andere insecten. Het hangt er vanaf welk en hoeveel middel er toegepast wordt.

Er is daarnaast vanwege de meestal lagere opbrengst en grotere leefruimte meer grond nodig voor dieren en hun voedsel, wat minder ruimte voor de natuur oplevert. Ook worden er (nog) geen eisen gesteld aan energieverbruik, waterverbruik en afvalverwerking. Of biologische landbouw écht beter is voor het klimaat is daarom moeilijk te zeggen en vooral afhankelijk van lokale omstandigheden. 

Onze aanbeveling is daarom om minder vlees, zuivel en eieren te eten en wanneer je eet zo veel mogelijk voor biologisch te kiezen, omdat het beter voor het dierenwelzijn, de bodemkwaliteit en biodiversiteit is. Door minder dierlijke producten te eten compenseer je namelijk het extra landgebruik.

Inhoud

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

Standaard vergeleken met biologisch

Biologisch vlees, zuivel en eieren

Biologisch vlees, zuivel en eieren zorgen vooral voor meer dierenwelzijn, doordat de dieren het hele jaar door naar buiten mogen, ze binnen meer ruimte hebben en in het algemeen een stuk gezonder zijn. Het is in sommige opzichten beter voor het milieu, maar in andere opzichten juist slechter. Doordat de dieren langer leven en meer voer en ruimte krijgen is biologisch iets duurder in de winkel. 

Beter voor het milieu

Bij biologische productie wordt geen kunstmest of synthetische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, waardoor deze ook niet in het water, de grond of de lucht terecht kunnen komen. 

Ook heeft het voer per kg een lagere milieu-impact omdat het meer uit de omgeving komt en minder uit verre landen, zoals soja uit Zuid-Amerika. 60% van het veevoer moet namelijk van het eigen bedrijf of uit de regio komen. Dit alles zorgt voor betere bodemkwaliteit, minder ontbossing in verre landen en een beter milieu.

De kippen, varkens en koeien kunnen ook hun natuurlijke gedrag meer vertonen, waardoor ze gezonder zijn en er minder antibiotica en medicijnen nodig zijn.

Slechter voor het milieu

Er zijn echter ook redenen waardoor biologische dieren slechter voor het milieu zijn. Ze leven langer, waardoor ze meer voer nodig hebben, meer mestoverschotten veroorzaken en meer broeikasgassen uitstoten. De impact van de grotere hoeveelheid voer wordt echter gecompenseerd doordat meer voedsel uit de regio komt.

Omdat biologische dieren meer land gebruiken, is er niet alleen minder ruimte voor de natuur, maar kan de mest ook minder goed opgevangen worden in de buitenlucht. Mede hierdoor is de uitstoot van o.a. ammoniak hoger.

Daar komt bij dat biologische koeien minder melk produceren en er dus meer koeien nodig zijn om dezelfde hoeveelheid te produceren. Hoewel het dierenwelzijn beter is, veroorzaakt dit zo een grotere milieu-impact per liter melk.

Biologische groenten en fruit

Er zijn twee manieren om groenten en fruit te verbouwen: op de akker en in een kas.

Glastuinbouw

De glastuinbouw gebruikt (verwarmde) kassen om groente en fruit te verbouwen zoals tomaat, komkommer, paprika, aubergine en courgette. Dit heeft door het hogere energieverbruik een grotere impact op het klimaat, maar een lager land-, mest en watergebruik1 dan akkerbouw. Biologische glastuinbouw maakt (nog) geen verschil in dit energieverbruik en is vooral beter doordat er geen synthetische mest en bestrijdingsmiddelen gebruikt worden.

Akkerbouw

Biologische akkerbouw is zorgt voor betere kwaliteit van het landschap, meer biodiversiteit en een betere bodemkwaliteit. Zo worden er natuurlijke vijanden (insecten) en natuurlijke bestrijdingsmiddelen ingezet en wisselend bepaalde plantenrassen gekozen om ziektes en plagen tegen te gaan. Het nadeel is dat er voor de meeste groente- en fruitsoorten meer land nodig is, waardoor er minder land beschikbaar is voor de natuur2.

Biologische producten kopen

In de Nederlandse supermarkt is zo’n 3,4% van de verkoop biologisch3. Je herkent biologische producten aan het aan het ‘groene blaadje’, wat het Europese Keurmerk voor biologische landbouw is. Om dit keurmerk te krijgen moet het vlees aan de strikte eisen van de EU voldoen. Er is daarnaast het Demeter keurmerk voor biologisch-dynamische landbouw gebaseerd op antroposofische principes.

De prijs van biologische producten

Biologisch voedsel is duurder dan ‘gewoon’ voedsel om verschillende redenen: opbrengsten zijn lager, er is meer land nodig, het is arbeidsintensiever, gewassen en dieren groeien minder snel, er is meer voedsel nodig en er zijn minder biologische bedrijven waardoor de logistiek en distributie duurder is.

Maar in ‘gewoon’ voedsel zitten verborgen kosten die je niet in de winkel ziet. Zo betalen we meer belasting om het grondwater te zuiveren van synthetische bestrijdingsmiddelen. Eigenlijk zou je deze kosten bij de prijs moeten rekenen om een volledig beeld te krijgen.

Geïntegreerde teelt: tussen ‘gewoon’ en biologisch in

Er bestaan steeds meer boeren die gedeeltelijk biologisch zijn. Bijvoorbeeld om de milieubelasting te verlagen door minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest te gebruiken. De boer gebruikt dan alleen synthetische bestrijdingsmiddelen als de opbrengst in gevaar komt. Deze vorm van landbouw wordt ook wel precisielandbouw of geïntegreerde teelt genoemd.

On the way to PlanetProof is een keurmerk voor de geïntegreerde teelt. Het is niet volledig biologisch maar er zijn wel eisen hoge eisen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Er zijn zelfs eisen aan het energie- en waterverbruik en afvalbeheer, terwijl dit bij biologische landbouw (nog) niet het geval is.

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Voedselverspilling

In Nederland verdwijnt per jaar 700 miljoen kilo goed voedsel in de afvalbak. Dit komt overeen met 3,5% van de totale jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen van consumenten en kost de gemiddelde Nederlander €140,- per jaar1. Volg daarom de volgende stappen om verspilling te voorkomen:

Inhoud

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

Check je voorraad. Wat moet eerst op?

Als je op de hoogte bent van wat je nog in voorraad hebt, wordt de kans kleiner dat goed eten verpietert. Het helpt om een overzichtelijke indeling te maken van je koelkast en kort houdbare producten vooraan te leggen.

Maak een planning en boodschappenlijstje.

Te veel inkopen is een van de belangrijkste oorzaken van voedselverspilling. Als je plant wat je gaat kopen ben je minder vatbaar voor alle verleidingen en marketing die je tegenkomt in de supermarkt. Zo koop je weloverwogen. 

Kijk eerst of er nog iets is in je koelkast wat op moet en verwerk het eventueel in een recept. Plan vervolgens wat je wilt eten in de komende dagen. Ga voor verse producten meerdere keren per week naar de winkel, zodat er minder kans is dat ze verpieteren en je ze niet weg hoeft te gooien.

Tip: Vermijd het naar de winkel gaan wanneer je trek hebt en doe het bijvoorbeeld net na een maaltijd. Zo doe je minder impulsaankopen. 

Koop slim in

Koop in de winkel niet meer dan dat je op zult maken. De meeste voordeelverpakkingen zijn beter voor het milieu, maar koop ze alleen als je zeker weet dat je ze ook op kunt maken voor de houdbaarheidsdatum. 

Gesneden groenten gaan minder lang mee dan ongesneden groenten. Gebruik voorgesneden groenten daarom alleen voor de komende paar dagen. Groenten uit pot en blik gaan nog langer mee dan ongesneden groenten, dus die kun je gebruiken als je nog onverhoopt verder vooruit moet inkopen.

Ga voorzichtig om met kwetsbare producten bij het vervoeren. Zacht fruit en groente verpietert bijvoorbeeld sneller als het beschadigd of gekneusd is. 

Diepvries- en gekoelde producten kun je het beste het laatste in je winkelwagentje doen. Vervolgens kun je ze in een koeltas meenemen en ze bij thuiskomst direct in je koelkast of vriezer leggen. Zo warmen de producten zo min mogelijk op en blijven ze langer houdbaar.

 

Kook precies genoeg.

Als je te veel kookt is de kans groot dat je de restjes later weg moet gooien, kook daarom precies genoeg door aanbevolen portiegroottes te volgen en een goede inschatting te maken van hoeveel er gegeten gaat worden. 

Het helpt om de juiste porties af te menten met een kopje, mok, weegschaal of maatbeker. Houd hierbij ook rekening met grote en kleine eters. Weet je niet zeker of je wel genoeg kookt? Kook dan meer van iets wat je goed kunt bewaren.

Je kunt de volgende hoeveelheden aanhouden per persoon bij het koken:

Type

Volwassen man

Volwassen vrouw

Kind

Aardappelen

250 g

200 g

75 - 150 g

Pasta (droog)

125 g

100 g

25 - 50 g

Rijst (droog)

100 g

75 g

30 - 60 g

Groenten

200 g

200 g

75 - 150 g

Vlees(vervanger)

100 g

100 g

40 - 85 g

Er wordt er hierbij vanuit gegaan dat je aardappelen, pasta óf rijst eet.

Gebruik je zintuigen bij de THT datum.

De THT (tenminste houdbaar tot) datum is slechts een voorzichtige richtlijn van de fabrikant, kijk, ruik en proef daarom eerst voor je iets weggooit. De TGT (te gebruiken tot) datum is wel een uiterste consumptie datum voor kort houdbare producten.

De volgende producten kun je nog prima gebruiken na de THT datum:

Type ongeopend product

Periode eetbaar na THT datum

Broodbeleg zoals hagelslag en pindakaas

Enkele maanden

Chips en koekjes

Enkele maanden

Soepen, sauzen en groente in glas

Enkele jaren

Groente en soep in blik

Enkele jaren

Thee, rijst en gedroogde pasta

Enkele jaren

Frisdrank

Enkele jaren

Jam en andere zoetigheid in glas

Enkele jaren

Zet je koelkast op 4ºC.

4ºC is de ideale temperatuur om voedsel te bewaren in de koelkast, toch is slechts 18% van de koelkasten zo ingesteld7. Je kunt de temperatuur meter door een thermometer 24 uur lang in een bakje water in de koelkast te zetten. 

De temperatuur is het koudst waar de koeling zit (soms boven, soms in de achterwand). Vlees en vis kun je het beste op de koudste plek leggen. Dranken kun je prima op een minder koude plek leggen, zoals in de deur. Zet je gekoeldeproducten wanneer je ze gebruikt wel zo snel mogelijk weer terug in de koelkast, zodat je ze zo lang mogelijk kunt bewaren.

De temperatuur van je vriezer kun je instellen op basis van waar je hem voor wilt gebruiken. Op je vriezer vind je zeer waarschijnlijk sterren die de temperatuur aangeven. Hoe meer sterren, hoe lager de temperatuur en hoe beter je dingen kunt bewaren:

Aantal sterren en temperatuur

Geschikt om

* = -6°C

ijsblokjes te maken en diepvriesproducten enkele dagen te bewaren.

** = -12°C

diepvriesproducten één a twee weken te bewaren en roomijs één dag.

*** = -18°C

diepvriesproducten 3 maanden te bewaren en roomijs één maand.

**** = -24°C tot -40°C

zelf producten in te vriezen.

Weet waar je eten het best bewaart.

Je kunt voedsel langer bewaren als je de juiste voorschriften volgt. Over het algemeen geldt dat je ongeopende producten zo kunt bewaren zoals ze dat in de supermarkt doen. Een uitzondering hierop zijn eieren, deze kun je beter in de koelkast bewaren. Om alle producten zo goed mogelijk te bewaren vind hier het bewaaradvies van meer dan 2000 producten en kun je de onderstaande voorschriften volgen.

Tropisch fruit, paprika, tomaten en aubergine kunnen bijvoorbeeld beter buiten de koelkast bewaard worden, anders treedt er koudebederf op. Maar zet een schaal met fruit of met tomaten nooit in direct zonlicht. Als je er een stuk af hebt gesneden kun je het nog een dag in de koelkast bewaren. Andere groenten en fruit kunnen echter beter altijd in de koelkast bewaard worden. 

Aardappelen, kolen (rode-, witte- en savooiekool) en knolgroenten (knolselderij, koolraap) kun je het beste niet in de koelkast, maar op een koele donkere plek bewaren. Als het (af)gesneden is, kun je het wel beter in de koelkast bewaren.

Restjes kun je nog 2 dagen in een goed afgesloten bewaarbakje in de koelkast bewaren. Zo komt er geen lucht bij en bederft het minder snel. Kijk daarom elke dag even of je nog restjes hebt en je ze op kunt maken.

Als op een verpakking staat ‘na openen gekoeld bewaren’, kun je dit product enkele dagen in de koelkast bewaren. Producten op olie (zoals zongedroogde tomaatjes), zure producten (zoals augurken) en jam kun je na opening nog enkele weken in de koelkast bewaren.

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Plantaardig of dierlijk

Meer plantaardig en minder vlees, kaas, eieren en vis eten is een van de beste dingen die je voor het milieu kunt doen. Het kan de totale CO2-uitstoot van een vleesliefhebber zelfs halveren. Daarnaast verminder je zo ontbossing (mede voor het veevoer), mestproblemen, fijnstof, antibioticaresistentie en het lijden van dieren.

In Nederland zijn we in de afgelopen 60 jaar drie en een half keer zoveel kaas en bijna twee en een half keer zoveel vlees gaan eten1. Een terugkeer naar meer vegetarisch/veganistisch eten is prima mogelijk met vleesvervangers zoals noten, tofu en peulvruchten die je van voldoende eiwit kunnen voorzien.

Inhoud

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

Vlees

Hoewel geen vlees eten het beste voor het milieu is, lukt dat misschien niet altijd. Als je toch vlees eet, is het vele malen beter voor kip te kiezen dan dan voor rund- of lamsvlees. In het volgende overzicht zie je de CO2-uitstoot van verschillend voedsel:

Via: ewg.org

De milieugevolgen van vlees

Broeikasgassen

Er is gemiddeld 5 kilo voer nodig voor elke kilo vlees. De productie en het transport van veevoer stoot veel broeikasgassen uit.

Er wordt wereldwijd elke dag veel bos en oerwoud gekapt en verbrand om ruimte te bieden voor voerproductie, zoals bij het veelgebruikte soja. Dit veroorzaakt CO2-uitstoot en natuurdestructie. De (kunst)mest voor op het land zorgt voor de uitstoot van de nog sterkere broeikasgassen methaan en lachgas.

Het vervoer van het voedsel (en in minder mate het vee) gaat vaak over grote afstanden, wat opnieuw tot CO2-uitstoot en milieuvervuiling leidt. Vervolgens stoot de vertering van voedsel methaan en lachgas uit in herkauwers zoals koeien en schapen.

Fijnstof

Veehouderijen kunnen overlast veroorzaken door fijnstof en stank in de omgeving. Ammoniak en deeltjes uit mest, voer, veren, huidschilfers en haren worden door de wind als fijnstof de lucht in gebracht. Dit is ongezond voor mensen die in de omgeving leven.

Mestproblemen

Doordat het voer van buitenaf naar grote veehouderijen met vele dieren gebracht wordt, ontstaat er een mestoverschot. Er is minder mest nodig voor de plaatselijke akkers en weilanden dan dat er geproduceerd wordt. Stoffen uit de mest als fosfaat, nitraat en ammoniak kunnen door wind en regen in het grond- en oppervlaktewater terecht komen. Hierdoor raakt de natuur overbemest en verzuurd, met verminderde biodiversiteit tot gevolg. Ook moet het drinkwater extra gezuiverd worden om deze stoffen eruit te halen.

De ideale oplossing is kringlooplandbouw. Hierbij worden alleen lokale restproducten uit de landbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie of gras van niet voor akkerbouw geschikt land gebruikt als voer. Alle mest wordt vervolgens weer gebruikt om nieuwe producten mee te verbouwen. Dit is echter alleen op grote schaal mogelijk als we minder vlees gaan eten, omdat anders de keten niet sluit.

Antibioticaresistentie

Antibiotica is lange tijd grootschalig toegevoegd aan het voer om de groei van dieren te versnellen. Sinds 2006 is dit in de EU verboden, maar het wordt nog wel toegepast tegen bepaalde schadelijke bacteriën.

Als grote hoeveelheden antibiotica gebruikt worden ontwikkelen zich antibioticaresistente bacteriën, zoals bijvoorbeeld de MRSA-bacterie. Dit kan zeer gevaarlijk zijn omdat deze bacteriën niet langer te behandelen zijn met antibiotica en mensen en dieren moeilijker te genezen zijn.

Biologisch vlees

Biologisch vlees zorgt vooral voor meer dierenwelzijn, doordat de dieren het hele jaar door naar buiten mogen, ze binnen meer ruimte hebben en in het algemeen een stuk gezonder zijn. Het is in sommige opzichten beter voor het milieu, maar in andere opzichten juist slechter. Doordat de dieren langer leven en meer voer en ruimte krijgen is biologisch vlees zo’n anderhalf keer duurder in de winkel. 

Beter voor het milieu

Bij de productie van biologisch vlees wordt geen kunstmest of synthetische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Ook heeft het voer per kg een lagere milieu-impact omdat het meer uit de omgeving komt en minder uit verre landen. Dit alles zorgt voor beter bodemkwaliteit, minder ontbossing in verre landen en een beter milieu.

Slechter voor het milieu

Er zijn echter ook redenen waardoor biologisch vlees slechter voor het milieu is. Biologische dieren leven langer, waardoor ze meer voer nodig hebben, meer mestoverschotten veroorzaken en meer broeikasgassen uitstoten. 

Herken biologisch vlees

Je herkent biologisch vlees aan het aan het ‘groene blaadje van sterren’, wat het Europese Keurmerk voor biologische landbouw is. Om dit keurmerk te krijgen moet het vlees aan de strikte eisen van de EU voldoen. Er is daarnaast het Demeter keurmerk voor biologisch-dynamische landbouw gebaseerd op antroposofische principes.

Dierenwelzijn

Voor zowel hobbydieren als landbouwdieren geldt in Nederland wettelijk dat ze geen honger of pijn mogen lijden. Hoewel stallen en procedures in Nederland in de afgelopen jaren beter zijn aangepast voor dierenwelzijn, zoals verplichte verdoving bij castratie, kan het volgens dierenbelangenorganisaties nog een stuk beter. Op dit moment hoeft een jong kalf bijvoorbeeld niet verplicht bij zijn moeder gehouden te worden, terwijl velen dit voor enkele maanden verplicht willen stellen.

Biologisch vlees is meestal onder diervriendelijke omstandigheden geproduceerd, maar er zijn meer keurmerken waar je op kunt letten. Bijvoorbeeld het EKO en Beter leven keurmerk.

Vleesvervangers

Plantaardige vleesvervangers zijn veel beter voor het milieu dan vlees en zijn een volwaardige bron van eiwit. De productie ervan stoot veel minder broeikasgassen uit en er is minder energie, land, mest en water voor nodig. 

Wat zijn de beste vleesvervangers?

Peulvruchten, noten, quorn, tofu, tempé en plantaardige kant-en-klare vleesvervangers op basis van soja, graan, groenten, zeewier of schimmels zijn de milieuvriendelijkste vleesvervangers. Vleesvervangers op basis van zuivel, zoals bijvoorbeeld Valess, zijn echter qua milieu-impact vergelijkbaar met kip of varken. Kaas is zelfs nog slechter voor het milieu.

Kijk voor de zekerheid op de verpakking wat er in jouw vleesvervanger zit. Is het plantaardig? Dan zit je goed.

Eieren

Eieren zijn beter voor het milieu dan vlees, vis of kaas, maar slechter dan plantaardige voeding. De twee belangrijkste factoren bij het kiezen van de juiste eieren zijn dierenwelzijn en het milieu. Is het ei van een blije kip beter voor het milieu?

Soorten eieren

Er zijn vele verschillende soorten eieren die je kunt kiezen. De termen scharrel, vrije uitloop en biologisch zijn beschermd, dus als deze op het doosje staan moeten ze dus ook aan de eisen voldoen. Daarnaast kun je letten op de keurmerken die op het doosje staan. De minimale eisen voor de verschillende keurmerken vind je in deze tabel:

Als je beschrijvingen zoals maïs-ei, omega-3-ei, viergranenei of zonnebloem-ei tegenkomt zegt dat alleen iets over het type voeding van de kip. Niets over het welzijn of de milieuvriendelijkheid van de kip.

Eicode

Als je eieren zonder of met onduidelijk doosje tegenkomt kun je toch zien wat voor type het is. Op elk ei staat een code. Het eerste getal zegt wat voor type ei het is: 0 = biologisch, 1 = vrije uitloop, 2 = scharrel, 3 = kooi. Het volgende gedeelte van de code is het land van herkomst en het nummer van het legkippenbedrijf.

Kooikippen

De meeste eieren die je op de markt, in ongemerkte doosjes en verwerkt in producten vindt, zijn nog kooi-eieren, tenzij expliciet anders is aangegeven. 

Nederlandse kooi-eieren komen niet uit legbatterijen omdat die in de EU verboden zijn. Het zijn ofwel verrijkte kooien, met 3 tot kippen per kooi plus een zitstok en legnest. Of een koloniehuisvesting met 30 tot 50 kippen per kooi plus een zitstok, legnest en klein stofbad. Ze hebben hier iets meer ruimte dan in een legbatterij.

Maar geïmporteerde eieren van buiten de EU kunnen nog wel uit legbatterijen komen en is met name nog het geval bij eieren die verwerkt zijn in producten. Als er op het etiket van een product slechts ‘eieren’ staat dan zijn het waarschijnlijk kooi-eieren en misschien zelfs eieren uit een legbatterij. 

Milieu-impact van eieren

Helaas is het moeilijk te zeggen of kippen in kooien, scharrelstallen, biologische kippen of vrije-uitloopkippen beter zijn voor het milieu. Ze hebben elk hun voor- en nadelen:

Voer

Het voer is een belangrijke factor voor de milieu-impact. Hoe meer een kip beweegt, hoe meer voer hij eet en hoe groter de milieu-impact. Kooikippen zijn in dat opzicht beter voor het milieu, maar dit is niet het hele verhaal.

Waar het voedsel vandaag komt maakt ook uit. Voor biologische kippen komt voedsel komt voor een groot deel uit de omgeving. Terwijl voor kooi- en scharrelkippen een groot gedeelte soya is waarvoor in verre landen tropische bossen worden gekapt. Hierdoor wordt de grond in de verre landen steeds armer en hebben wij in Nederland een steeds groter mestoverschot. Het voer voor biologische kippen veroorzaakt zo minder milieuproblemen en CO2-uitstoot.

Mestproblemen

Als kippen buiten lopen, zoals bij biologische kippen het geval is, kunnen schadelijke meststoffen in de lucht en het water terechtkomen, terwijl in de stal het mogelijk is om deze stoffen af te vangen.

Fijnstof

Kippen veroorzaken fijnstof en dit is schadelijk voor de mens. Kooikippen veroorzaken het minste fijnstof omdat ze niet scharrelen. Scharrelkippen veroorzaken het meeste fijnstof, omdat ze zand en stof laten opstuiven en dit door het ventilatiesysteem de omgeving in wordt geblazen. Hoeveel fijnstof biologische of vrije-uitloopkippen  veroorzaken is afhankelijk van de ondergrond, maar meestal is deze minder stoffig dan binnen.

Landgebruik

Voor zowel het voer als het houden van de kippen is land nodig, wat ten koste gaat van natuur en andere landbouwgrond. Voor biologische kippen is er het meeste land voor zowel de leefruimte als het voer nodig. Voor kooikippen het minste.

Energieverbruik

Er is energie nodig om de stallen te ventileren en dit veroorzaakt CO2-uitstoot. Kooikippen kosten het minste energie, biologische kippen het meeste. Maar bij eieren met het ‘On the way to PlanetProof’ keurmerk is de energie hiervoor 100% groen opgewekt.

Het vervoer van het voer maakt ook uit. Als het van ver komt dan kost het vervoer extra energie, zoals de soya uit verre landen die het meeste wordt gegeten door kooikippen.

Dierenwelzijn

Hoe meer een kip haar natuurlijke gedrag kan vertonen hoe groter het welzijn. Op stok gaan, stofbad nemen, hun ei in een nest leggen, wormpjes zoeken en scharrelen helpt hier allemaal bij.

Dit is voor een kooikip en in minder mate een scharrelkip nauwelijks mogelijk. Vrije-uitloop-kippen, biologische kippen en kippen met het Demeter, Eko en Beter leven keurmerk hebben meer vrijheid en mogen ook naar buiten en hebben afleidingsmateriaal en daglicht. Hierdoor zijn ze gezonder en ervaren ze meer welzijn. Biologische kippen en kippen met het Eko of Demeter keurmerk hebben de meeste leefruimte, dus deze geven het meeste dierenwelzijn.

Het leven van haantjes

De meeste haantjes worden meteen omgebracht. Ze leggen namelijk geen eieren en geven minder vlees. Bij eieren van het merk Kipster (Lidl) worden de mannetjes echter doorgefokt tot vlees. Bij het merk RespEGGt worden de mannetjes met een speciale techniek in de broedfase al herkend. De haantjes worden dan niet uitgebroed en deze eieren worden gebruikt als diervoer.

Snalvelkappen is verleden tijd

Vóór 2019 werden de snavelpunten van vele kippen met een heet mes afgeknipt. Een zeer pijnlijke ingreep die werd gedaan omdat kippen in te kleine hokken elkaar gaan pikken. Soms met de dood tot gevolg. Nu is het ‘snavelkappen’ echter verboden.

Zuivel

Zuivelproducten als kaas, yoghurt, vla en melk hebben een grotere milieu-impact dan plantaardige producten, net als bij vlees. Vooral kaas is een flinke milieubelasting en is zelfs slechter dan kip of varken.

Zuivel vervangen

Zuivel is absoluut niet essentieel voor een volwaardige voeding als je goede alternatieven neemt. Zo’n tweederde van de mensen op aarde is zelfs niet instaat om zuivel goed te verteren en zal zich zelfs beter voelen op een dieet zonder zuivel2. Het belangrijkste is om wel voldoende eiwit binnen te krijgen uit plantaardige bronnen of ei.

Doe je vaak kaas op je brood? Probeer het eens te vervangen door notenpasta of hummus. Drink je vaak melk? Sojadrank met toegevoegde vitamine B12 is een volwaardig alternatief. Neem je regelmatig vlees of vleesvervangers op basis van zuivel bij je maaltijd? Kies dan voor plantaardige vleesvervangers.

Calcium

Sommigen denken dat je calcium alleen uit zuivel krijgt, maar er zijn vele andere bronnen zoals:

Donkergroene (blad)groente (m.u.v. spinazie)
Gedroogde vijgen
Groene kool, mergkool
Raapstelen
Paksoi
Broccoli
Indische bruine mosterd
Knolraap
Waterkers
Plantenmelk, notenmelk, sojamelk en sinaasappelsap (met calcium verrijkt)
Tofu (gestremd met calciumsulfaat)
Verrijkte pauzekoeken en energierepen

Door deze producten regelmatig te eten kom je toch aan voldoende calcium.

Vitamine B12

Als je zuivel, vlees, eieren en vis helemaal uit je leven schrapt is er één supplement nodig: vitamine b12. Dit kun je dagelijks slikken, maar neem bij twijfel contact op met je huisarts of diëtist.

Biologische zuivel en dierenwelzijn

Biologische zuivel is in sommige opzichten beter voor het milieu en in sommige opzichten slechter, net als biologisch vlees. Het wordt geproduceerd zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, maar kost ook meer ruimte, voer en tijd en levert een groter mestoverschot op.

Het is wel altijd beter voor het dierenwelzijn omdat de dieren het hele jaar door buiten kunnen lopen. Koeien hebben de vrijheid te grazen, rusten, rondlopen en spelen. Dit is extra goed voor hun gezondheid en voorkomt kreupelheid, uierontstekingen, klauwaandoeningen en speentrappen. Daarnaast bevordert de mest ook de aanwezigheid van insecten en weidevogels die de insecten eten.

Een kwart van de boeren houdt hun dieren echter het hele jaar binnen omdat dit goedkoper is en er zo niet te veel mest op het land komt.

Naast het biologische keurmerk en het Demeter keurmerk garandeert ook het weidemelkkeurmerk dat koeien 120 dagen per jaar minimaal 6 uur per dag in de wei mogen.

Vis

De milieu- en natuurimpact is van de vis die je koopt is sterk afhankelijk van welke soort het is en hoe deze gevangen of gekweekt is. Het is daarom belangrijk te kiezen voor vis met een goed keurmerk. Zo voorkom je overbevissing, onnodige bijvangst en milieuvervuiling.

Naast verantwoorde vis te kiezen is het natuurlijk ook belangrijk zo min mogelijk vis te verspillen. Verse vis is maar kort houdbaar, dus ga bij het kopen altijd na of je de vis ook echt zult eten vóór de houdbaarheidsdatum.

Keurmerken

Het eenvoudigste wat je kunt doen om duurzame en redelijk diervriendelijke vis te eten, is te kiezen voor vis met het MSC, ASC of biologische keurmerk. Hoewel visvangst altijd consequenties heeft voor het milieu en de natuur, zijn er bij deze keurmerken hiervoor strenge eisen gesteld.

74% van de vis in de supermarkt heeft één van deze keurmerken, terwijl bij marktkramen (21%), viswinkels (17%) en horeca (16%) dit percentage vele malen lager is1. Als vis geen keurmerk heeft hoeft het niet per se slecht voor de natuur of het milieu te zijn, maar het is een stuk waarschijnlijker.

Wat je kunt doen wanneer je geen keurmerk aantreft is eerst te vragen naar hoe de vis gevangen of gekweekt is en vervolgens te kijken met de VISwijzer of deze vis verantwoord is. Je kunt hun website gebruiken of de app installeren op je telefoon.

De milieugevolgen van wilde vis

In 2015 werd er 94 miljard kilo vis gevangen en 106 miljard kilo vis gekweekt2. Niet al die vis komt op ons bord terecht, maar een deel wordt verwerkt tot visvoer of olie.

Deze gigantische hoeveelheid vis heeft gevolgen voor het klimaat, maar vooral ook voor het milieu en de natuur in bredere zin. Bijvoorbeeld door overbevissing, bijvangst, schade aan ecosystemen, vervuiling, etc. Deze milieu-impact verschilt in enkele opzichten tussen wilde vis en gekweekte vis.

Overbevissing

Één derde van de vis gevangen vis wordt overbevist3. Dat betekent dat deze soorten steeds minder vaak voorkomen. Dit wordt voor vele soorten nog eens versterkt door klimaatverandering en milieuvervuiling. Om te kijken welke vissen op de rode lijst staan kun je naar de VISwijzer gaan.

Verspilling door bijvangst

Vissers richten zich vrijwel altijd op één soort vis, maar vangen vele andere vissen en dieren in hun netten als bijvangst. Een gedeelte wordt aan land gebracht en verkocht. De rest is niet aantrekkelijk omdat vissen bijvoorbeeld onvolgroeid zijn, sommige dieren niet eetbaar zijn (zeesterren), of simpelweg te weinig opbrengen. Soms raken zelfs dolfijnen, walvissen en zeeschildpadden (dodelijk) verstrikt in de netten.

Deze ‘onaantrekkelijke’ bijvangst wordt terug in de zee gegooid. Maar liefst 70% tot 85% van de bijvangst overleeft het niet wanneer deze teruggegooid wordt. Hoeveel miljard ton dit per jaar is wordt niet gemeten, maar het draagt zeker bij aan de overbevissing.

Een deel van het probleem is dat wij als consumenten heel erg van schol, tong en haring houden, maar bijvangst als wijting, schar en steenbolk links laten liggen. Daarom krijgen vissers er nauwelijks geld voor en gooien ze deze overboord. Als we dus vaker deze vis eten hoeft er minder vis van ver geïmporteerd te worden en voorkomen we overbevissing. Raadpleeg de Bijvangstwijzer van de Good Fish Foundation om te ontdekken welke bijvangst goed is om te eten.

Natuurschade door vismethoden

Er zijn enkele manieren waarop de visserij schade toebrengt aan andere dieren, vissen en de zeebodem:

Met boomkorvisserij worden er kettingen over de bodem gesleept om zo platvissen het net in te jagen. Hierdoor ontstaat er schade aan de bodem en de leefomgeving van de dieren die daar leven. Bij pulsvisserij wordt er ook stroom door de kettingen gestuurd, maar dit is sinds 2019 in de EU verboden.

Drijfnetten kunnen wel kilometers lang zijn en hangen vlak onder het wateroppervlak. Hoewel ze bedoeld zijn voor vissen als haring, tonijn sardines en pijlinktvis, raken ook dolfijnen, zeeschildpadden, walvissen, vogels en andere vissoorten er in verstrikt. De EU heeft daarom beperkingen ingesteld voor drijfnetten.

Spooknetten zijn visnetten die bedoeld of onbedoeld losgeraakt zijn en ronddrijven. Met als gevolg dat vele dolfijnen, zeeschildpadden, vissen en andere dieren hierin verstrikt raken en zelfs sterven. Als het spooknet van synthetisch materiaal is kan het zeer lang ronddrijven, totdat het uiteindelijk uiteenvalt in microplastics.

Energie

Als vis gevangen wordt gaat deze eerst per schip naar de haven, dan per vrachtauto naar de visafslag en vervolgens met de vrachtauto of het vliegtuig naar de verwerkers en winkels. Het grootste gedeelte van de energieverbruik komt door de vangst en het vervoer. De vis wordt op de vissersboot meestal gelijk gekoeld of ingevroren, wat ook energie kost. Ingevroren vis vind je vervolgens niet alleen in het vriesvak, maar ook in het koelvak. Er staat dan ‘ontdooid’ op de verpakking.

Voor de gevangen vis die per boot naar Nederland komt zijn de vissersboten verantwoordelijk voor 70% tot 80% van het energieverbruik. Voor vis die per vliegtuig naar Nederland komt is het energieverbruik 40 tot 50 keer zo groot als wanneer ze per boot vervoerd worden.

Daarnaast verschilt het energieverbruik per vissoort. Het laagste energieverbruik komt van vis die in grote scholen zwemt zoals zoals haring, makreel, sardines en ansjovis. Het hoogste energieverbruik komt van lijnvisserij op zwaardvis en tonijn, boomkorvisserij op platvis, trawlervisserij op garnalen, kreeften en krabben. Helaas is het niet mogelijk deze gegevens te zien op de verpakking van je vis.

Vervuiling door vissersschepen

20% van het plastic in de oceanen komt van de visserij4. Omdat schepen in de haven moeten betalen voor hun afval, wordt er veel over boord gegooid. Het plastic en de netten kunnen daarnaast ook gevaarlijk zijn wanneer dieren er in verstrikt raken of deze opeten. Op den duur valt het plastic uiteen in microplastics die in het ecosysteem terecht komen. Daardoor heeft de vis die je eet waarschijnlijk ook enige microplastics in zich. Het wordt verwacht dat de plastic soep die zo in de oceanen ontstaat in 2050 groter is dan de hoeveelheid vis4.

Omdat de vissersschepen de vis koelen, hebben ze ook behoorlijk wat koelvloeistof aan boord die weg kan lekken. Dit is slecht voor het milieu, de ozonlaag en het klimaat.

De milieugevolgen van gekweekte vis

Om de grote vraag naar vis in de wereld bij te benen, wordt er steeds meer vis gekweekt. Er wordt nu zelfs meer gekweekte vis gegeten dan wilde vis. Verschillende soorten vis worden op verschillende manieren gekweekt en deze hebben elk hun eigen impact op het milieu, de natuur en soms zelfs de maatschappij.

Kweekvis in open water

Bij het kweken van vis wordt een gedeelte van een meer, kustwateren of zee afgezet met netten. In kuststreken en meren kan dit overbemesting en vervuiling veroorzaken door medicijnen (antibiotica), voer, mest, chemicaliën en afval. Meestal wordt er wilde vis gegeven, wat op zijn beurt weer kan leiden to overbevissing. Voor 1 kilo kweektonijn is er wel 10 tot 15 kilo vis nodig!

Een ander probleem is dat kweekvissen kunnen ontsnappen waardoor ze het plaatselijke ecosysteem verstoren. Zo kunnen lokale vissoorten hierdoor uitsterven. Als er sprake is van te kleine kooien, wat bij zalm soms het geval is, is het dierenwelzijn ook in het gedrang.

Kweekvis in visvijvers

Kweekvis uit visvijvers (gesloten systeem) zijn over het algemeen duurzamer dan kweekvis uit open water. Het water wordt continu gezuiverd, gefilterd en hergebruik. Afvalproducten (zoals vissenpoep) worden voor een groot deel omgezet in onschadelijk stikstofgas en het organische afval wordt afgebroken tot water en koolzuurgas.

Daarnaast kunnen vissen niet ontsnappen en worden ecosystemen niet verstoord. Ook de groei en gezondheid van de vissen kan goed in de gaten gehouden worden, waardoor er in principe minder antibiotica en chemicaliën nodig zijn. Het visvoer is nog wel een aandachtspunt omdat hier meestal wilde vis in zit, wat kan leiden tot overbevissing.

Gekweekte garnalen

Hoewel Hollandse garnalen niet gekweekt worden, maar in de Noord- en Waddenzee worden gevangen, komen er steeds meer garnalen uit Afrika, Azië en Midden- en Zuid-Amerika. Deze garnalen, zoals de scampi en de gamba, worden aan de kust in grote aantallen gekweekt. Vaak worden kwetsbare ecosystemen zoals mangrovebossen hiervoor vernietigd en wordt het water vervuild met hormonen, medicijnen en visvoer.

Daarnaast is het niet ongebruikelijk dat er in deze lokale industrie sprake is van slechte arbeidsomstandigheden, uitbuiting en landonteigening.

Kweekzalm

Hoewel wilde zalm tot overbevissing en bijvangst van schildpadden, dolfijnen, haaien en andere vissen kan leiden, is het milieuvriendelijker dan kweekzalm. Wilde zalm krijgt geen antibiotica, wordt niet overvoerd en kan vrij rondzwemmen.

Gekweekte zalm zit vaak in kleine drijvende kooien wat stress en gezondheidsproblemen veroorzaakt. Er worden daarnaast veel chemicaliën en antibiotica gebruikt tegen ziektes. Met tot gevolg dat de vrije vissen besmet raken met de ziekten en de chemicaliën en antibiotica het water vervuilen.

Voor het voer wordt er ook zo’n 3 kilo wilde vis gebruikt per kilo zalm. Dit draagt bij aan de overbevissing. Soms wordt dit vervangen met plantaardig voer, wat de zalm een grijze kleur geeft. Om toch de roze vis te krijgen wordt er daarom synthetische kleurstof in het voer gedaan.

Dierenwelzijn

Er zijn vele aanwijzingen dat gewervelde vissen pijn, angst en stress kunnen ervaren op een vergelijkbare manier met andere zoogdieren, al blijft het debat gaande5. Bij ongewervelde soorten zoals kreeften en garnalen is dit veel onduidelijker.

Mede omdat de pijnervaring van vissen een lang debat is geweest en wellicht zal blijven, zijn er minder regels en pijnverminderende methoden omtrent visvangst. Er is onderzoek gaande over hoe je vissen zo diervriendelijk en kunt kweken, vangen en doden, maar dit is in een minder ver stadium dan bij de veehouderij.

Is vis gezond?

(Vette) vis bevat gezonde vetzuren die goed voor ons hart en bloedvatenstelsel zijn. Toch is het niet verstandig elke dag vis te eten, omdat schadelijke stoffen zich ophopen in hun vet en weefsel. Maar wanneer je één keer per week vis eet zijn de gevaren hiervan minimaal.

Voorbeelden van schadelijke stoffen in vis zijn zware metalen, bestrijdingsmiddelen, broomhoudende brandvertragers en dioxines. Daarnaast nemen vissen door de toenemende hoeveelheid plastic in de oceanen steeds meer microplastics op in hun weefsel. Er is nog geen definitief resultaat van onderzoek of dit slecht voor ons is, maar het is zeker mogelijk.

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Milieubewust eten

Het wijzigen van je eetgewoonten is een van de simpelste, goedkoopste en meest effectieve manieren om je CO2-uitstoot te verminderen. Voor de meeste mensen lijkt dat echter een behoorlijke uitdaging. Aan de hand van de onderstaande zes aspecten wordt het een fluitje van een cent om stap voor stap te kiezen voor een milieubewust dieet.

Inhoud

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

1. Eet zoveel mogelijk plantaardig

Vlees, kaas en in mindere mate andere zuivelproducten en eieren hebben een veel hogere uitstoot dan plantaardig eten. De uitstoot van een vleesliefhebber is daarom al snel wat eten betreft twee keer zo hoog als die van een vegetariër1. Dit komt met name doordat dieren veel voedsel, voorzieningen en land nodig hebben om te kunnen opgroeien en omdat ze methaan uitstoten, een nog sterker broeikasgas dan CO2. Meer dan 38% van het bewoonbare landoppervlak in de wereld is gewijd aan vlees en zuivelproductie2, wat daardoor ook gigantische ontbossing heeft veroorzaakt.

Mocht je toch vlees willen eten dan is kip een veel betere optie dan rund:

Via: ewg.org

Is een leven zonder vlees gezond?

Over het algemeen is vegetarisch eten gezonder, zolang je het vlees maar vervangt door voedzame alternatieven die ook proteïne bieden4. Goede vleesvervangers zijn bijvoorbeeld: noten, zaden, peulvruchten, bonen, paddenstoelen, tofu, tempeh en meer. Er zijn vele vleesvervangers beschikbaar in de supermarkt en vrijwel elk restaurant heeft wel vegetarische opties. Vraag bij twijfel even na bij je huisarts, diëtist of therapeut hoe je in jouw dieet vlees het beste kunt vervangen.

2. Koop lokaal en seizoensgebonden

Een groot deel van ons eten heeft al een halve wereldreis afgelegd voor het in de schappen ligt, omdat het in dat seizoen of überhaupt niet geproduceerd wordt in Nederland. Hierbij komen veel broeikasgassen vrij die vermeden kunnen worden als we eten kopen uit onze eigen streek. Daarnaast kost het produceren van kasgroenten tot 10 keer zoveel energie als dat van groenten uit de volle grond5. Producten die buiten het seizoen gekocht worden moeten of van ver of uit een kas komen en zijn dus altijd slechter voor het milieu.

Het mooie is dat in de supermarkt het verplicht is aan te geven waar het eten vandaan komt en dat niet alleen de markt maar ook steeds meer supermarkten lokale producten aanbieden. Lees daarom de verpakking om te weten waar het product vandaan komt. Om te weten welke producten in het seizoen zijn kun je de groente- en fruitkalender uit onze EcoGids gebruiken:

De groente- en fruitkalender is inbegrepen in de EcoGids

3. Koop wat je eet, eet wat je koopt.

In Nederland verdwijnt per jaar 700 miljoen kilo goed voedsel in de afvalbak. Dit komt overeen met 3,5% van de totale jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen van consumenten en kost de gemiddelde Nederlander €140,- per jaar6. Volg daarom de volgende stappen om verspilling te voorkomen:

Check je voorraad. Wat moet eerst op?

Als je op de hoogte bent van wat je nog in voorraad hebt, wordt de kans kleiner dat goed eten verpietert. Het helpt om een overzichtelijke indeling te maken van je koelkast en kort houdbare producten vooraan te leggen.

Maak een planning en boodschappenlijstje.

Als je plant wat je gaat kopen ben je minder vatbaar voor alle verleidingen en marketing die je tegenkomt in de supermarkt en koop je weloverwogen.

Koop slim in.

Met enkele tips koop je slimmer in zodat je eten langer meegaat. Vervoer kwetsbare groenten en fruit voorzichtig, zodat ze niet sneller verpieteren omdat ze beschadigd zijn. Koop niet meer dan je op zult maken en doe diepvriesproducten als laatste in een koeltas, zodat ze niet ontdooien.

Kook precies genoeg.

Als je te veel kookt is de kans groot dat je de restjes later weg moet gooien, kook daarom precies genoeg door aanbevolen portiegroottes te volgen en een goede inschatting te maken van hoeveel er gegeten gaat worden.

Gebruik je zintuigen bij de THT datum.

De THT (tenminste houdbaar tot) datum is slechts een voorzichtige richtlijn van de fabrikant, kijk, ruik en proef daarom eerst voor je iets weggooit. De TGT (te gebruiken tot) datum is wel een uiterste consumptie datum voor kort houdbare producten.

Zet je koelkast op 4ºC.

4ºC is de ideale temperatuur om voedsel te bewaren in de koelkast, toch is slechts 18% van de koelkasten zo ingesteld7.

Weet waar je eten het best bewaart.

Je kunt voedsel langer bewaren als je de juiste voorschriften volgt. Zo kunnen tropisch fruit, paprika, tomaten en aubergine beter buiten de koelkast bewaard worden, terwijl andere groenten en fruit beter in de koelkast bewaard kunnen worden. Vind hier het bewaaradvies van meer dan 2000 producten.

4. De beste verpakking is geen verpakking

De beste verpakking is geen verpakking, toch heeft veel voedsel een verpakking nodig. De vraag welke verpakking het beste is voor het milieu is veel minder simpel dan hij lijkt en kan niet worden beantwoord met simpele adviezen als “plastic is slecht en papier is beter” of “bioplastic is dé oplossing”. Er zijn namelijk vele factoren die een verpakking beter of slechter maken.

Wat je wel kunt doen is deze richtlijnen volgen:

Kies producten met zo min mogelijk verpakkingsmateriaal

Veel producten die eigenlijk geen verpakking nodig hebben zijn toch verpakt, dus wees daar alert op. Ook kun je kiezen voor producten in grotere hoeveelheden omdat deze in verhouding minder verpakking met zich meebrengen dan meerdere kleine producten. Voor wie een stap verder wil gaan komen er gestaag meer “Zero Waste” winkels waar je eigen flessen en bakjes mee kunt brengen om de producten in mee te nemen. Zie hier een overzicht.

Hergebruik verpakkingen

Je kunt verpakkingen vermijden door zelf een herbruikbare tas mee te nemen tijdens het winkelen en één flesje voor kraanwater te gebruiken in plaats van steeds nieuwe te kopen. Let wel, blijf deze zo lang mogelijk gebruiken, anders is het alsnog niet beter voor het milieu. Komt een product in een verpakking die je nog goed kunt hergebruiken? Doe dat dan.

Recycle verpakkingen

Kies allereerst producten met verpakkingen die te recyclen of te composteren zijn. Vrijwel alle materialen zijn dit, zolang ze maar goed van elkaar te scheiden zijn. 

Hoewel het altijd beter kan, recyclet Nederland in vergelijking met andere landen goed. Dus als je de lokale richtlijnen volgt voor het deponeren/recyclen van afval ben je aardig bezig.

5. Liever puur dan overmatig bewerkt

Niet al het bewerkte voedsel is per se ongezond of slecht voor het milieu, maar de kans is wel veel groter. Hoe meer het voedsel bewerkt is, hoe moeilijker het is te weten wat er precies in is gegaan, hoeveel uitstoot daarbij vrij kwam en waar de ingrediënten vandaan komen. Vermijd daarom voedsel dat veel ingrediënten heeft en overmatig bewerkt is.

6. Biologisch is in bijna elk opzicht beter

Biologische producten worden geproduceerd zonder kunstmest en kunstmatige bestrijdingsmiddelen en dit leidt daardoor tot betere kwaliteit van het landschap, meer biodiversiteit (ook voor onmisbare insecten), een betere bodemkwaliteit en minder pesticiden in ons voedsel. Toch wijst onderzoek niet uit dat het altijd beter is voor het klimaat omdat de opbrengsten per vierkante meter lager zijn8. Er is dus meer land nodig en dat gaat vaak ten koste van vrije natuur.

Biologisch eten is aan te raden, maar vooral als je het extra land wat hiervoor nodig is compenseert. De meest effectieve oplossing hiervoor is simpel: minder dierlijke producten eten, aangezien er voor de productie van vlees veel meer land nodig is dan voor plantaardige producten.

Implementeer stap voor stap…

Dit artikel heb ik niet geschreven om je ongemakkelijk te laten voelen bij elk product dat je vanaf nu koopt of eet. Ook pleit ik er niet voor dat iedereen vanaf vandaag voor alle 6 aspecten een radicale omslag maakt. 

Wat ik wel adviseer is om vanaf vandaag structurele behapbare veranderingen aan te brengen. Voor de een betekent behapbaar dat je twee dagen per week geen vlees meer eet, voor een ander betekent dat volledig vegetariër worden. Wat het ook is, ga er volledig voor en word comfortabel met de verandering. Dan kun je enkele weken later de volgende stap zetten in jouw transformatie naar een leven in harmonie met de aarde.

TIP

Als je 5 bomen per maand plant krijg je gratis toegang tot onze handige EcoGids met alle essentiële info om milieubewust te eten.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Eigen tas in plaats van wegwerptas

Gratis plastic en papieren tasjes zijn slechter voor het milieu dan een stevige herbruikbare tas die je meeneemt. In Nederland zijn sinds 2016 gratis plastic tasjes verboden, wat het gebruik ervan flink heeft verminderd. De gratis papieren tasjes die nog wel gegeven worden zijn echter niet beter voor het milieu.

Inhoud

Tips voor bij het boodschappen doen

Beste materialen voor tassen

Om te kijken welke tassen het beste voor het milieu zijn moet er gekeken worden naar CO2-uitstoot, landgebruik, hoeveel materiaal nodig is, recyclebaarheid en hoe vaak de tas gebruikt kan worden.

Op basis hiervan zijn de beste materialen voor tassen jute, (gerecycled) polypropyleen, nylon of PET. Katoen heeft ook goede kwaliteiten, maar er is veel land en energie nodig om het te produceren. Kies daarom alleen voor katoen als je de tas minimaal 75 keer gebruikt.

Het grote nadeel van polypropyleen, nylon of PET is dat het bijdraagt aan de plastic soep als het niet goed ingeleverd wordt, maar als je het goed gescheiden inlevert is dit geen probleem.

Papier is niet beter dan plastic

Veel mensen denken dat papieren tassen beter voor het milieu zijn dan plastic tassen, maar dit is niet het geval. Het grote nadeel van plastic tassen is dat ze van olie gemaakt zijn en bijdragen aan de plastic soep wanneer ze niet goed gerecycled worden. Maar het voordeel is dat er minder materiaal nodig is dan bij papieren tassen, ze vaker gebruikt kunnen worden en goed te recyclen zijn.

Papieren tassen met een plastic laagje zijn al helemaal niet goed voor het milieu, omdat deze moeilijker te recyclen zijn en niet bij het oud-papier mogen.

 

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Minder en slimmer printen

Minder en slimmer printen bespaart kosten en is goed voor het milieu. Met de volgende tips wordt het eenvoudig:

Inhoud

Lees meer op je scherm, minder op papier

Het is veel beter om emails, artikelen, documenten en pdf’s niet uit te printen, maar op je scherm te lezen. Om het lezen aangenamer te maken kun je lezen in fullscreen modus en in vele programma’s, zoals word en verschillende internetbrowsers, zelfs een leesmodus. Hierbij wordt al het onnodige weggelaten en kun je focussen op de tekst. Is het te klein om te lezen? Dit kun je ook aanpassen door in te zoomen of het lettertype te vergroten.

Print zwart-wit, dubbelzijdig en in ecomodus

Moet je toch iets printen? Print dan zo zuinig mogelijk door standaard zwart-wit (of grijs modus), dubbelzijdig en in ecomodus (als je printer die heeft) af te drukken. Kun je twee pagina’s op één bladzijde kwijt? Dan kun je dit instellen bij het afdrukken.

Als je niet weet hoe je dit moet doen, kun je uitleg vinden via google of youtube, of vraag een collega of familielid.

Gebruik een inktbesparend lettertype

Niet elk lettertype verbuikt evenveel inkt. Met de volgende lettertypes bespaar je eenvoudig inkt:

  • Calibri: 23% minder inktverbruik dan Arial
  • Century Gothic: 21% minder inktverbruik dan Arial
  • Trebuchet MS: 10% minder inktverbruik dan Arial
  • Verdana: 10% méér inktverbruik dan Arial

Er bestaan zelfs speciale ecolettertypes (ecofonts) waar je nog meer inkt mee bespaart die je kunt vinden op de website van Ecofont.

Kies voor dun, licht, gerecycled papier

Dun, licht en gerecycled papier heeft zo min mogelijk milieu-impact. Kies ook voor papier met een goed keurmerk, zoals het Europees Ecolabel, Nordic Swan Ecolabel, Blauer Engel, FSC Recycled of PEFC Gerecycled.

Vervang inktcartridges niet direct

Als je de melding krijgt dat je inktcartridge leeg is, dan kun je er vaak nog meerdere keren mee printen. Vervang ze dus pas wanneer je kunt zien dat de printkwaliteit minder wordt.

Zet je printer uit of op stand-by

Zet op je werk je printer s’avonds en in het weekend uit om energie te besparen. Gebruik je thuis je printer een langere tijd niet? Zet hem dan ook uit.

Onderteken met een digitale handtekening

Het is al lang niet meer nodig om een document uit te printen, te ondertekenen en weer te scannen om het vervolgens te versturen. Je kunt met een programma als bijvoorbeeld Adobe Acrobat rechtsgeldige digitale handtekeningen in pdf-documenten zetten. Het is sneller én beter voor het milieu.

Vergader zonder papier

Voorkom het printen van vergaderstukken door agenda’s en notulen vooraf te delen via email of Google Drive, Dropbox, Microsoft OneDrive of Evernote. Bereid vervolgens de ruimte voor met een scherm waarop de stukken ook gezien kunnen worden als dat nodig is en geef mensen vooraf het wifi-wachtwoord.

Voorkom te veel printen

Op je werk kun je de printer verder weg zetten en werken met een pasjessysteem om te veel printen te ontmoedigen. Alleen als je naar de printer toeloopt en met je pasje inlogt print de printer jouw stukken uit.

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Wegwerpbekertjes, of herbruikbare beker?

Zolang je een herbruikbare beker of thermosfles energiezuinig afwast, is deze beter voor het milieu dan wegwerpbekertjes, -blikjes of -flesjes. Je bespaart zo op termijn grondstoffen, energie en afval. Het kan zelfs je portemonnee sparen, als je hierdoor minder flesjes drinken koopt of in sommige winkels korting krijgt wanneer je je eigen beker laat vullen.

Inhoud

De milieu-impact

Een wegwerpbekertje kost veel minder energie om te produceren dan herbruikbare beker, glas of fles. Daarom is het belangrijk dat als je een herbruikbare beker, glas of fles aanschaft, je deze zo lang mogelijk gebruikt. Gebruik je hem maar een paar weken, dan is het zelfs slechter voor het milieu.

Naast de productie en het afval, is het gebruik en hoe vaak je afwast misschien nog wel meer van belang. Afwassen kost veel energie en bijvullen of even omspoelen met koud water is een stuk beter. Ook door je wegwerpbekertje opnieuw te gebruiken bespaar je veel milieu-impact.

Tips om milieuvriendelijk te drinken

Met de volgende tips verlaag je de milieu-impact bij het drinken:

Tips voor als je toch wegwerpbekertjes gebruikt

In sommige situaties zoals een evenement kunnen plastic bekertjes handiger zijn of heb je geen keuze vanwege de omstandigheden. Met de volgende tips ga je zo milieuvriendelijk mogelijk om met wegwerpbekertjes:

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Milieuvriendelijk Winkelen

De producten die we kopen hebben een grote invloed op onze CO2-uitstoot en het milieu. Elke keer dat we iets kopen stemmen we op wat voor producten we willen dat bedrijven produceren, dus laten we groen stemmen!

Voor het kopen van eten en kleren hebben we een aparte gids, maar voor al het andere zijn hier enkele handige principes die je kunnen helpen milieuvriendelijke keuzes te maken:

Inhoud

Pauzeer voor je iets koopt

Vrijwel elk product dat je koopt heeft een CO2-uitstoot en een impact op het milieu. Alleen producten kopen die je ook écht wilt kopen en die zo milieuvriendelijk mogelijk zijn is daarom ideaal. Maar soms kunnen we in zo’n bui zijn dat we wellicht dingen aanschaffen die we eigenlijk niet écht willen of weinig zullen gebruiken. 

Om bewuster te kopen kun je bij twijfel één bewuste ademhaling nemen en jezelf vragen en voelen of je hier morgen ook nog blij mee zult zijn en of er milieuvriendelijkere alternatieven beschikbaar zijn.

Hergebruik en repareer

Het meest milieuvriendeiljke product, is het product dat je niet gekocht hebt. Er zijn vele producten die met een kleine handeling weer een nieuw leven kunnen krijgen, waardoor je veel uitstoot kunt besparen. Je kunt hiervoor het onderstaande reparatie-stappenplan gebruiken:

1. Lees de gebruikershandleiding voor tips voor goed onderhoud

Voorkomen is beter dan genezen, dus lees de gebruiksaanwijzing over hoe je jouw apparaat het beste kunt onderhouden. Meestal kun je de gebruiksaanwijzing ook online vinden op de website van de fabrikant of via gebruikershandleiding.com.

2. Controleer of je apparaat echt stuk is

Vaak staan er in de gebruikershandleiding, de FAQ of een hulpsectie op de website van de fabrikant, tips die veelvoorkomende kleine problemen oplossen. Zo kun je snel even controleren of je apparaat echt stuk is of dat een kleine handeling het al kan verhelpen.

3. Controleer of je beter kunt repareren of vervangen

Vrijwel alle apparaten kun je beter repareren dan vervangen. Een uitzondering hierbij zijn elektronische producten als koelkasten, vriezers, wasdrogers en airco’s die in de laatste jaren veel milieuvriendelijker en energiezuiniger zijn geworden. Hierbij is het vaak beter om een nieuwe aan te schaffen als de oude stuk gaat. Ook een oude auto die een hoog verbruik heeft, kun je waarschijnlijk beter vervangen door een elektrische/hybride auto of een auto met een zeer laag verbruik.

Vaatwassers en wasmachines kun je het beste vervangen voor een met energielabel A+++ als ze ouder dan 12 jaar zijn. Koelkasten en vriezers zijn goed om te vervangen voor een met energielabel A+++ als deze een energielabel hebben van A++ of lager, bij drogers is dit bij A+ of lager.

4. Garantie

Kijk even of je nog garantie hebt bij de fabrikant of de verkoper van het apparaat. Zelfs als je garantietermijn voorbij is, is de fabrikant wettelijk verplicht om het apparaat te repareren of vervangen indien het normaal gebruikt is en het binnen een redelijk levensverwachting valt. Lukt dit niet of heb je vragen over hoe je de fabrikant het beste kunt benaderen? Ga dan naar de consumentenbond voor advies.

Het voordeel van het repareren door de fabrikant is dat je vrijwel zeker weet dat de juiste onderdelen en methoden gebruikt worden. Daarnaast vervalt de garantie als je het door een niet-erkende monteur laat repareren.

5. Doe het zelf

Zelfs als je geen echte doe-het-zelver bent kun je tegenwoordig met behulp van internet heel veel producten zelf repareren. Via YouTube, iFixit en google kun je vele handige instructies vinden om vrijwel elk apparaat te repareren. Als je een losse onderdelen nodig hebt zijn deze ook bijna altijd wel ergens in een webshop te vinden.

Pas altijd goed op en volg veiligheidsvoorschriften bij het repareren, vooral als je met elektriciteit of gevaarlijk gereedschap werkt.

6. Hulp bij reparatie

Lukt het je zelf niet of heb je geen tijd om je product te repareren? Kies bij verfijnde technologie, zoals smartphones en laptops, het liefst voor een erkend reparatiebedrijf, zodat ze de originele onderdelen gebruiken.

Via Monteuropafstand.nl kun je monteurs vinden die zonder voorrijkosten meekijken via de smartphone naar  het probleem (meestal met witgoed) en vaak hoeft er dan helemaal geen monteur langs te komen.

Voor andere zaken kun je prima vrienden vragen of een Repair Café bezoeken. Hier repareren vrijwilligers samen met jou vaak gratis je apparaat.

7. Tweede leven?

Als je zelf niets meer aan het product hebt of je hebt geen zin om het te repareren, hebben andere mensen er misschien nog wel wat aan. Als het nog geschikt is voor gebruik of goed te repareren is, is het mooi om het te verkopen op bijvoorbeeld Marktplaats. Je kansen om het goed te verkopen zijn natuurlijk wel veel hoger als het al gerepareerd is. Als het nog helemaal goed werkt kun je het ook naar een kringloopwinkel te brengen. Zie hier waar je een kringloopwinkel bij jou in de buurt kunt vinden.

8. Niet te repareren? Recycle.

Als het repareren niet gelukt is kun je het bij een inleverpunt voor elektrische apparaten inleveren zodat het gerecycled kan worden en er geen schadelijke stoffen zoals koelmiddelen en zware metalen vrijkomen. Dit kan bij de milieustraat (stort), maar met name voor kleinere apparaten ook bij diverse winkels die je via Wecycle kunt vinden. Grotere apparaten kun je ook meegeven aan de leverancier van je nieuwe apparaat.

Huur producten

De filosofie achter het huren van producten is dat je eigenlijk niet het product zelf nodig hebt, maar de ‘prestatie’ van het product. Gebruik is belangrijker dan bezit. Je hebt bijvoorbeeld geen lamp nodig, maar licht.

Een ander voordeel van huren is dat je niet verantwoordelijk bent voor onderhoud en je niet voor onverwachte kosten komt te staan als een apparaat stuk gaat. Ook is de fabrikant meer geneigd om een product te leveren dat lang meegaat omdat het in hun voordeel is.

Vooral als je weet dat je een product tijdelijk of sporadisch nodig hebt kan het goed zijn om het te huren. Via huren.nl kun je vele aanbieders vergelijken.

Deel en ruil

In de deeleconomie is iedereen vrager en aanbieder van producten en diensten. Als je spullen deelt of ruilt, hoeven minder spullen gemaakt te worden en er wordt minder weggegooid. Dat betekent minder uitstoot en vervuiling en je kunt ook nog iets betekenen voor een een ander.

Enkele tips voor het ruilen of delen:

1. Voordat je iets aanschaft kun je bedenken of je dit vaak zult gebruiken of niet en of je het écht in huis moet hebben.

2. Je buren, familie en vrienden die in de buurt wonen zijn ideaal om samen producten mee te delen, te ruilen of gezamenlijk in te kopen.

3. Je kunt ook gebruik maken van de vele online platforms, buurtapps en sociale netwerken waar je spullen kunt delen, ruilen of gezamenlijk in kunt kopen.

4. Als je gebruik maakt van een online platform, laat dan een recensie achter over hoe het ruilen of delen verliep en wat je vond van de prijs-kwaliteitverhouding.

Hier zijn enkele voorbeelden van producten die je goed kunt delen of ruilen:

Apparaten

Er zijn veel apparaten en gereedschappen als boormachines, schuurmachines, hogedrukspuiten, etc. die je wellicht slechts af en toe nodig hebt. Ideaal dus om te delen!

Boeken

De meeste mensen lezen een boek slechts één keer, daarom is het heel goed om ze te lenen bij de bibliotheek of ze te delen met vrienden en familie. Er bestaan ook openbare buurtbiebs en boekenkasten, waar je er hier enkele van kunt vinden.

Speelgoed

Het meeste speelgoed is uitermate geschikt om te delen of te ruilen, want kinderen krijgen graag nieuw speelgoed en raken vaak ook snel uitgekeken op het speelgoed dat ze al hebben. Veel gemeenten bieden een spelotheek waar je speelgoed kunt huren. Daarnaast kun je via verschillende websites en facebook groepen op internet veel mensen vinden die speelgoed aanbieden of graag willen overnemen.

Auto

Het is als je slechts af en toe een auto nodig hebt relatief duur om er een altijd voor je deur te hebben staan. Het is dan gunstiger om een auto te huren of te delen.

Tuin

Houd je van tuinieren maar heb je geen tuin? Er zijn verschillende websites zoals Tuintjedelen.nl waar je in contact kunt komen met mensen die een (volks)tuin hebben waar je in kunt werken. Ook kun je online planten, stekjes en zaden ruilen via Planten- | Stekjesruil en verschillende facebook groepen.

Kies voor tweedehands

Er zijn tegenwoordig vele mogelijkheden om kwalitatief goede tweedehands spullen te kopen en zo de uitstoot van een nieuwe aankoop te vermijden.

Denk bijvoorbeeld aan Marktplaats, Gratis af te halen, TweedehandsKwaliteit.nl en eBay voor vrijwel alles, Catawiki voor veilingen, United Wardrobe en Vinted voor kleren, Reshopper voor kinderkleren, Tweakers voor elektronica en natuurlijk de vaak steeds hippere vintage winkels in de stad.

Daarnaast worden er in online buurtgroepen op facebook, Buurtapp en Nextdoor, steeds meer tweedehands spullen aangeboden. Ook zijn natuurlijk kringloopwinkels een optie, die je kunt vinden via Alle kringloopwinkels100% kringloop of de Kringloopapp. Veilingen en markten kun je vinden via lokale krantjes en websites als Meukisleuk, indebuurt en Alle kringloopwinkels.

Kies producten die lang meegaan en goed te repareren zijn.

In veel gevallen is een investering in producten die kwalitatief net wat beter zijn verstandig, omdat ze langer meegaan en je zo minder vaak nieuwe spullen hoeft te kopen. Een hele goedkope wasmachine is misschien prettig, maar als hij maar vijf jaar meegaat kan het uiteindelijk zelfs duurder zijn dan gelijk een wat betere te kopen. Zo bespaar je geld en CO2-uitstoot. Duurder is niet per se kwalitatief beter, daarom is het goed om op internet besprekingen van producten te lezen voordat je ze koopt.

Ook is het vooral bij elektronische producten belangrijk dat ze goed te repareren zijn. Je kunt je voor de verkoop hierover laten informeren in de winkel, bij een specialist of bijvoorbeeld door via de website iFixit de repareerbaarheidsscores voor de meest populaire apparaten te achterhalen.

Daarnaast is het verstandig om als je regelmatig wegwerpproducten gebruikt, zoals plastic/papieren bekertjes, tasjes, rietjes, etc. voor een zo milieuvriendelijk mogelijk alternatief te kiezen dat je veel vaker kunt gebruiken.

Koop lokaal geproduceerde producten

Het grote voordeel van lokaal geproduceerde producten is dat er veel uitstoot bespaard kan worden doordat er geen of weinig transport nodig is. De vliegtuigen en containerschepen die onze spullen vervoeren hebben een hoge uitstoot, dus al het transport wat bespaard kan worden is mooi meegenomen. Ook ondersteun je de lokale economie en is de kans dat het onder goede omstandigheden is geproduceerd hoger dan als het bijvoorbeeld uit China of Bangladesh komt.

Op de verpakking van de meeste producten kun je de herkomst zien en anders kun je het navragen in de winkel. Voor de meeste geavanceerd electronische producten als smartphones, computers en tv’s is het echter een stuk ingewikkelder omdat de vele onderdelen van overal kunnen komen en het overgrote deel in Azië wordt geproduceerd.

Koop producten die verantwoord gemaakt zijn

Dit is vooral bij complexe producten het meest lastige principe om uit te voeren, omdat het soms niet helemaal duidelijk is hoe en met welke grondstoffen een product gemaakt is. 

De eerste tip is om te kijken of het product een keurmerk heeft en of wat dat keurmerk betekent met de keurmerkenwijzer. Niet elk keurmerk is gelijk en sommige zijn slechts logo’s, daarom is het goed om te kijken wat het keurmerk werkelijk betekent. Daarnaast zijn sommige bedrijven op hun website behoorlijk open over de materialen die ze gebruiken en hoe hun product geproduceerd wordt. 

Maar als een product geen keurmerk heeft en ook op hun website niet wordt aangegeven hoe en met welke het geproduceerd wordt, hoeft dat nog niet te betekenen dat het product niet milieuvriendelijk is. Nederlandse en Europese regels zorgen er al voor dat de meeste producten niet dramatisch slecht zijn geproduceerd.

Vermijd overmatige verpakkingen

Het is niet altijd mogelijk, maar kies voor producten met zo min mogelijk verpakkingsmateriaal. Welk materiaal het beste is, is vaak moeilijk te zeggen omdat het van vele factoren afhankelijk is. 

Wat wel altijd goed is, is om zo veel mogelijk te kiezen voor producten met verpakkingen die goed te recyclen of te composteren zijn. Vrijwel alle materialen zijn dit, zolang ze maar goed van elkaar te scheiden zijn. Een verpakking die bijvoorbeeld gemaakt is van een verweven mix van plastic, papier en aluminium is veel lastiger te recyclen dan wanneer het van één van deze materialen gemaakt is.

Deel deze EcoTip

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

– over de schrijver – 

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen

Florian Meeuwsen behaalde zijn master Global Health aan de Universiteit van Maastricht. Na zijn studie werkte hij enkele jaren als project manager bij ELIV in Taipei, een organisatie gericht op het verhelpen van armoede en sociale problemen in kleinere lokale gemeenschappen in Azië. Daar raakte Florian steeds meer geïnteresseerd in de relatie tussen de mens en de aarde en de impact van klimaatverandering. Uit die combinatie van studie, werkervaring en de wens een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering, ontstond Alive to Earth.

Compenseer je uitstoot
door bomen te planten

Het is nog nooit zo essentiëel geweest een positieve bijdrage te leveren aan het klimaat. Bomen planten is volgens wetenschappers een van de beste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Dus word vandaag nog CO2-neutraal!

Log in en lees het artikel

Fijn dat je terug bent!

  Je gegevens zijn veilig